Noot bij ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 - verwijdering koppeling naar zwarte lijst artsen

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het recht op vergetelheid en het verzoek van een (tuchtrechtelijk aangesproken) chirurg aan de rechtbank om Google te gebieden een koppeling te verwijderen naar een ’zwarte lijst’ waarop de chirurg met onder andere een foto en haar volledige naam stond.

Inleiding

Met de komst van internet is het uitvoeren van kwaliteitsvergelijkingen voor de consument steeds eenvoudiger geworden. Webshops bieden consumenten vrijwel standaard de optie aan om bij hen aangekochte producten en diensten te beoordelen, maar ook bestaan er review-websites waar men de producten en diensten van derden kan beoordelen.[1] De maatschappelijke behoefte naar een betere informatievoorziening over kwaliteit in de zorg is dan ook niet vreemd.[2] Immers, als de gemiddelde consument, alvorens een bestelling te plaatsen, wil weten welke ervaring andere mensen met een bepaald product hebben gehad, waarom zou de gemiddelde patiënt alvorens een behandeling te ondergaan dan ook niet willen weten wat de ervaringen van andere patiënten zijn met een bepaalde zorgverlener?

Inzichtelijkheid tuchtmaatregelen zorgverleners

Tuchtrecht speelt een essentiële rol in de kwaliteitsborging in de zorg. Patiënten (en andere geïnteresseerden) kunnen via het door het CIBG[3] onderhouden online BIG-register zoeken op BIG-nummer en voor- en achternaam van de zorgverlener[4] en zo verifiëren of deze beschikt over een geldige BIG-registratie en of hij/zij (onherroepelijk) een tuchtmaatregel opgelegd heeft gekregen. Daarnaast stelt het CIBG via dezelfde website een periodiek bijgewerkte pdf-lijst beschikbaar van alle zorgverleners die onder meer[5] bevoegdheidsbeperkende bevelen of tuchtrechtelijke maatregelen[6] opgelegd hebben gekregen (‘Overzicht CIBG’). De maatregelen zijn – naar gelang de ernst van de maatregel – vijf tot tien jaar inzichtelijk op het Overzicht CIBG.[7]

Omdat het BIG-register en het Overzicht CIBG niet ver genoeg gaan volgens SIN-NL heeft SIN-NL de website zwartelijstartsen.nl (‘Zwarte Lijst SIN-NL’) in het leven geroepen. SIN-NL is een belangengroep die naar eigen zeggen opkomt voor de slachtoffers van medische fouten en streeft naar erkenning van medische fouten en eerlijke informatievoorziening.[8] Deze zwarte lijst lijkt in grote mate overeen te komen met het Overzicht CIBG. Echter, de Zwarte Lijst SIN-NL is verrijkt met veel informatie uit andere bronnen, zoals foto’s van de zorgverlener in kwestie en links naar bijhorende nieuwsartikelen. Op het eerste gezicht[9] komen in de Zwarte Lijst SIN-NL bovendien ook maatregelen voor die vanwege de in de laatste zin van de vorige paragraaf genoemde bewaartermijnen niet meer zichtbaar zijn in het BIG-register en het Overzicht CIBG.

Het recht op vergetelheid

Tegenover het belang van patiënten om informatie over de kwaliteit van zorgverleners te ontvangen bestaat ook een groot belang voor de betrokken zorgverleners bij eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Mensen hechten steeds meer belang aan hun privacy.[10] De Europese wetgever is zich bewust geweest van die ontwikkeling; met de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de middelen van een betrokkene om controle uit te oefenen ten aanzien van het gebruik van zijn persoonsgegevens uitgebreid en versterkt. De belangrijkste middelen zijn daarbij het recht op inzage, recht op rectificatie en aanvulling, en het recht op vergetelheid.[11]

Het recht op vergetelheid wordt in artikel 17 AVG geregeld en voorziet in een limitatieve opsomming van mogelijkheden op basis waarvan een betrokkene het recht toekomt om zijn persoonsgegevens te laten verwijderen door de verwerkingsverantwoordelijke. Zo kan iemand bijvoorbeeld een verwijderingsverzoek indienen als zijn persoonsgegevens niet langer noodzakelijk zijn voor de doeleinden waarvoor deze zijn verzameld of anderszins zijn verwerkt (sub a) of wanneer de betrokkene bezwaar maakt tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens op grondslag van artikel 6 sub f AVG vanwege met zijn specifieke situatie verband houdende redenen (sub c). In het laatste geval moet een verwerkingsverantwoordelijke de verwerking beëindigen en op verzoek van de betrokkene verwijderen tenzij er dwingende gerechtvaardigde gronden zijn die zwaarder wegen dan de belangen van de betrokkene.

Recht op verwijdering uit zoekresultaten

In het Costeja-arrest[12] is bepaald dat (i) het weergeven van door derden op internet gepubliceerde of opgeslagen persoonsgegevens kan kwalificeren als verwerking van persoonsgegevens;[13] (ii) exploitanten van zoekmachines, zoals Google, verwerkingsverantwoordelijke zijn voor die verwerking van persoonsgegevens in hun zoekresultaten;[14] en dat (iii) betrokkenen onder bepaalde omstandigheden dan ook het recht hebben om verwijdering te verzoeken aan een zoekmachine van bepaalde zoekresultaten die verschijnen bij een zoekopdracht op hun naam. Dit geldt zelfs als de publicatie van de naam of andere persoonsgegevens van de betrokkene waarnaar de zoekresultaten doorverwijzen op zichzelf rechtmatig is.[15] 

Het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) constateert in zijn Costeja-arrest terecht dat er in dit geval een botsing van grondrechten kan plaatsvinden tussen (a) het recht op privacy en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene; (b) het economische belang van de exploitant van de zoekmachine; en (c) het recht op toegang tot informatie[16] van de eindgebruikers (een recht dat verwant is aan het recht op vrijheid van meningsuiting).

Opvallend is echter dat het HvJ EU hier al vrij snel een rangorde schept tussen deze fundamentele grondrechten: het recht op privacy en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer gaat in beginsel voor op het recht op informatievrijheid (alsook op economische belangen).[17] Volgens het HvJ EU kan van dit uitgangspunt slechts om bijzondere redenen worden afgeweken, naar gelang de aard van de betrokken informatie en de gevoeligheid ervan voor het privéleven van de betrokkene en van het belang dat het publiek erbij heeft om over deze informatie te beschikken, wat met name wordt bepaald door de rol die deze persoon in het openbare leven speelt.[18]

De Hoge Raad heeft deze rechtsopvatting bevestigd[19] in zijn arrest X/Google en in lagere rechtspraak – waaronder deze zaak – is deze lijn meanderend gevolgd.

De feiten in deze zaak[20]

In deze zaak draait het om een chirurg die van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) een voorwaardelijke schorsing van haar inschrijving in het BIG-register opgelegd heeft gekregen voor een bepaalde periode, gevolgd door een proeftijd. Aanleiding voor deze tuchtprocedure was een klacht van een patiënte die zag op het gebrek aan organisatie en nazorg na haar operatie door de chirurg.[21] De opgelegde tuchtmaatregel is op alle mogelijke manieren die de Wet BIG voorschrijft, gepubliceerd, waaronder op het Overzicht CIBG.[22] 

Daarnaast zijn van de chirurg onder meer de volgende persoonsgegevens geplaatst op de Zwarte Lijst SIN-NL: een foto van de chirurg, haar BIG-nummer, een integrale tekst van de uitspraak van het CTG alsmede een samenvatting van de uitspraak en een verkorte weergave van een artikel dat op de website van een regionale krant is weergegeven en daaraan toegevoegd de expliciete vermelding van haar volledige naam. Na invoering van de volledige naam van de chirurg als trefwoord in de zoekmachine van Google werd via een prominente plaats op de resultatenpagina vrijwel direct verwezen naar een koppeling van de Zwarte Lijst SIN-NL.

De chirurg in kwestie wilde niet aan de hand van een eenvoudige zoekactie op haar volledige naam geassocieerd kunnen worden met de Zwarte Lijst SIN-NL. Een informeel verzoek aan Google in 2017 werd afgewezen, omdat Google de koppelingen van wezenlijk belang achtte voor het publiek met betrekking tot het professionele leven van de chirurg en dat dit de zoekresultaten rechtvaardigde.[23] Evenmin mocht een verzoek aan de Autoriteit Persoonsgegevens baten om bemiddeling. De precieze motivatie lijkt vooralsnog niet openbaar, maar volgens de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam zou de Autoriteit Persoonsgegevens tot haar besluit zijn gekomen, omdat ‘de informatie in de zoekresultaten niet kennelijk onjuist was, de proeftijd ten aanzien van de voorwaardelijke schorsing nog niet was verlopen, de zoekresultaten geen informatie over het privéleven van de Arts bevatten maar enkel over haar professionele leven en het specifiek doorzoeken van het BIG-register geen keuze is die een gemiddelde patiënt zal voeren bij het kiezen van een arts’. Al met al lijkt het erop dat de Autoriteit Persoonsgegevens het belangrijk achtte dat de informatie over de chirurg ter beschikking werd gesteld aan haar toekomstige patiënten.[24] 

Uiteindelijk heeft de chirurg – onder meer via een beroep op artikel 17 AVG – de Rechtbank Amsterdam verzocht Google te veroordelen tot verwijdering en het verwijderd houden van eerdergenoemde koppeling binnen de zoekresultaten naar de Zwarte Lijst SIN-NL.[25] 

Oordeel van de rechtbank

De Rechtbank Amsterdam constateert dat sprake is van een botsing van fundamentele rechten. Het gaat hier immers om een afweging van het belang van de chirurg dat de koppeling niet meer kan worden gevonden wanneer in de zoekmachine van Google wordt gezocht op haar volledige naam, tegen het belang van Google om via haar zoekmachine een betrouwbaar resultaat te kunnen produceren en het belang van het publiek om via de zoekmachine relevante informatie te vinden.[26] 

Logischerwijs grijpt de Rechtbank Amsterdam terug op het hiervoor besproken Costeja-arrest van het HvJ EU en het X/Google-arrest van de Hoge Raad. Aan de hand daarvan bevestigt de rechtbank dat het belang van de chirurg in beginsel voorrang heeft behoudens bijzondere omstandigheden en dat daar in dit geval geen sprake van is. Uiteindelijk wijst de rechtbank de vordering van de chirurg toe en gebiedt zij Google om de koppeling te verwijderen binnen zeven dagen op straffe van een dwangsom. De volgende gezichtspunten hebben bij dat oordeel in meer of mindere mate een rol gespeeld:

- De informatie over verzoekster is feitelijk juist: verzoekster is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten in de zorg ten opzichte van een patiënte en heeft van het CTG een voorwaardelijke schorsing van haar BIG-registratie opgelegd gekregen.

- Het enkele feit dat verzoekster tuchtrechtelijk is veroordeeld en dat sprake is geweest van publiciteit is niet voldoende om het belang van het publiek om informatie over die veroordeling te krijgen bij het zoeken op de volledige naam van verzoekster aan te tonen.

- Dat (potentiële) patiënten aan enig bijzonder risico zijn blootgesteld is volgens de rechtbank niet aannemelijk nu het CTG haar voorwaardelijk heeft geschorst en kennelijk geen reden heeft gezien haar (tijdelijk) te schorsen. De rechtbank overweegt verder dat het begrip ‘zwarte lijst’ een negatieve betekenis heeft en dat de desbetreffende zwarte lijst niet representatief is alsmede geen betrouwbare bron gelet op het feit dat willekeurig zorgverleners staan opgenomen, ongeacht of aan hen een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

- De chirurg is in zekere mate aan te merken als een ‘public figure’, onder meer omdat zij een prominente rol aanneemt in het debat over risico’s van een product. Dit betekent volgens de rechtbank niet dat zij zich ook over haar professionele optreden in een individueel geval steeds weer moet verantwoorden.

- Het is aannemelijk dat de chirurg hinder ondervindt doordat (toekomstige) patiënten op haar naam zoeken en bovenaan de zoekresultaten van Google de koppeling naar Zwarte Lijst SIN-NL zien staan. De rechtbank acht de verwerking van de persoonsgegevens van de chirurg via de koppeling in dit geval bovendien niet ter zake dienend en bovenmatig.

- De wetgever heeft in de Wet BIG een uitgekiend wettelijk systeem vastgelegd om bekendheid te geven aan beroepsbeoefenaren die een (voorwaardelijke) tuchtrechtelijke maatregel opgelegd hebben gekregen. Patiënten kunnen vrij eenvoudig controleren of aan de chirurg een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd door het BIG-register en/of het overzicht CIBG te raadplegen.

Beschouwing

Sinds het Costeja-arrest in 2014 is het aantal verwijderingsverzoeken aan exploitanten van zoekmachines aanzienlijk toegenomen[27] en heeft de Nederlandse feitenrechter meermaals voor de uitdaging gestaan om naar gelang de specifieke omstandigheden van de zaak het recht om vergeten te worden nader in te vullen. Wat dat betreft is de uitspraak niet verrassend. Gelet op het Costeja-arrest van het HvJ EU en het X-Google-arrest van de Hoge Raad was een ander oordeel van de rechtbank mijns inziens ook niet mogelijk.

Dit was wel de eerste keer dat het recht op vergetelheid in de context van koppelingen naar zwarte lijsten voor artsen aan bod is gekomen. Het succes van de chirurg in deze zaak zal ongetwijfeld een opmaat zijn voor andere zorgverleners, althans voor degene die op de Zwarte Lijst SIN-NL vermeld staan, om verwijderingsverzoeken in te dienen. Ook de KNMG heeft verheugd gereageerd op deze uitspraak en overweegt naar verluidt[28] verdere stappen tegen de Zwarte Lijst SIN-NL.

Wat mij betreft leidt de uitspraak van de rechtbank hier juridisch gezien tot een juiste uitkomst, maar is verdere maatschappelijke en politieke discussie nodig. Allereerst moet men zich mijns inziens realiseren dat het hier gaat om ‘symptoombestrijding’ en dat de oorzaak van de problematiek (i.e. aanwezigheid van dergelijke zwarte lijsten en het onderhouden daarvan door private partijen) ook door het verwijderen van de koppelingen uit zoekresultaten blijft bestaan. Over de vraag of de wijze waarop SIN-NL meent de gegevens van (onder andere) artsen te publiceren juist is, kan gediscussieerd worden. Wat mij betreft is het bestaan van een zwarte lijst zoals die van SIN-NL onwenselijk, vanwege (a) de aanwezigheid van het BIG-register en het Overzicht CIBG en het risico op verwarring bij patiënten (i.e. ‘welke versie is leidend?’); (b) het gebrek aan waarborgen in het proces zoals het respecteren van hoor en wederhoor en het in acht nemen van maximale termijnen voor openbaarheid van tuchtrechtelijke maatregelen; en (c) de algehele impact op het professioneel en privaat functioneren van artsen. Desondanks suggereert het bestaan van deze website volgens mij dat het voor de gemiddelde patiënt niet eenvoudig is om te achterhalen of een zorgverlener een tuchtrechtelijke maatregel heeft opgelegd gekregen.

Op het argument van de Rechtbank Amsterdam dat het BIG-register en het Overzicht CIBG ‘vrij eenvoudig’ te raadplegen zijn, valt best wat af te dingen; deze zijn helemaal niet via publieke zoekmachines doorzoekbaar, althans het intikken van de naam of het BIG-nummer van een arts leidt niet onmiddellijk tot de bijbehorende BIG-registratie, terwijl via bigregister.nl wel op naam en BIG-nummer gezocht kan worden. Met andere woorden: om te weten te komen of zijn arts een tuchtmaatregel opgelegd heeft gekregen moet een patiënt wel weten dát er zoiets bestaat als het BIG-register en het Overzicht CIBG. Ik vraag mij af of de gemiddelde patiënt daarvan op de hoogte is. De keuze om het BIG-register en het Overzicht CIBG niet eenvoudig via publieke zoekmachines doorzoekbaar te maken, komt mijns inziens het vertrouwen in de kwaliteit van de zorg niet ten goede en men zou er volgens mij goed aan doen om zowel het BIG-register als het Overzicht CIBG indexeerbaar te maken door publieke zoekmachines zoals Google. Wellicht dat als de wettelijk bepaalde instrumenten om patiënten van informatie over de kwaliteit van zorgverleners te voorzien (met alle waarborgen van dien) worden aangepast voor de moderne consument, alternatieve lijsten zoals die van SIN-NL niet meer noodzakelijk zijn.

Het goede nieuws is dat deze problematiek bekend is en dat men dus op zoek is naar passende oplossingen. Het staat, bijvoorbeeld, ter discussie of het verplicht vermelden van het BIG-nummer, zoals aangekondigd met de wetswijzigingen van de Wet BIG per 1 april jl., doorgang zal vinden.[29] Mijns inziens zal het verplicht laten vermelden van het BIG-nummer door zorgaanbieders de transparantie van het BIG-register en het Overzicht CIBG niet per se verbeteren. Zoals eerder beschreven, acht ik het probleem makkelijker te verhelpen door het BIG-register en het Overzicht CIBG indexeerbaar te maken via zoekmachines zoals die van Google.

Eindnoten

1. Bijvoorbeeld: https://nl.trustpilot.com/.

2. Kamerstukken II 2014/15, 29282, 211, p. 2.

3. Een agentschap binnen het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat verantwoordelijk is voor het bijhouden van registers op het gebied van zorg en onderwijs, zoals het BIG-register en het Donorregister.

4. Althans, voor zover het gaat om een zorgverlener in de zin van artikel 47 lid 2 Wet BIG.

5. Het gaat hierbij concreet om zorgverleners die (a) bevoegdheidsbeperkende bevelen opgelegd hebben gekregen door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; (b) maatregelen opgelegd hebben gekregen door een tuchtcollege voor de gezondheidszorg, door het College van Medisch Toezicht of door een rechter in het buitenland; (c) van wie de BIG-registratie is doorgehaald op grond van een uitspraak van een Nederlandse of buitenlandse rechter; (d) zich opnieuw hebben ingeschreven na een doorhaling van de eerdere inschrijving.

6. Op grond van artikel 9 Wet BIG wordt hiervan de waarschuwing uitgezonderd en na wijziging van de Wet BIG per april jl. worden ook berispingen en opgelegde boetes hiervan uitgezonderd indien de tuchtrechter beslist om deze niet te publiceren.

7. Op grond van het Registratiebesluit BIG.

8. Rb. Groningen 25 september 2009, ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ8795, r.o. 6.2.

9. Ten tijde van een steekproef op 27 juni 2019 waren er bijvoorbeeld berispingen zichtbaar die dateerden van 2013. Berispingen zijn via het BIG-register en de Zwarte Lijst CIBG slechts vijf jaar inzichtelijk.

10. Nederland maakt zich zorgen over privacy, Autoriteit Persoonsgegevens.

11. Rechten van betrokkenen, Autoriteit Persoonsgegevens. 

12. HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (Google Spain vs. Costeja).

13] In de zin van artikel 2, aanhef en onder b en d AVG en artikel 4 lid 2 AVG.

14. HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (Google Spain vs. Costeja), r.o. 41.

15. HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (Google Spain vs. Costeja), r.o. 88.

16. Het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie zoals neergelegd in artikel 11 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

17. HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (Google Spain vs. Costeja), r.o. 88 en 97.

18. HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (Google Spain vs. Costeja), r.o. 81.

19. ECLI:NL:HR:2017:316, r.o. 3.5.5 e.v.

20. Voor een korte samenvatting incl. de voorgeschiedenis van het geschil van deze uitspraak zie eveneens GZR 2019-0029.

21. Rb. Amsterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 (Arts/Google), r.o. 2.4-2.6.

22. Rb. Amsterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 (Arts/Google), r.o. 4.12.

23. Rb. Amsterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 (Arts/Google), r.o. 2.10.

24. Rb. Amsterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 (Arts/Google), r.o. 2.12.

25. Via sin-nl.org worden internetgebruikers doorgeleid naar zwartelijstartsen.nl. Beide websites zijn in beheer van Stichting Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid Nederland.

26. Rb. Amsterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 (Arts/Google), r.o. 4.9.

27. Mr. L. Mourcous & mr. M. Weij, ‘Drie jaar het recht om vergeten te worden: een analyse van de Nederlandse rechtspraak’, Tijdschrift voor Internetrecht 2017/4, p. 152.

28. Google moet links naar arts op zwarte lijst verwijderen, Medisch Contact, 30 januari 2019.

29. Publicatie BIG-nummer in huidige vorm van de baan, KNMG, 12 maart 2019. 

Titel, auteur en bron

Titel

Noot bij ECLI:NL:RBAMS:2018:8606 - verwijdering koppeling naar zwarte lijst artsen

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT407:1