Noot bij IEF 17423 - uitleg overeenkomst gebruik muziek in programma Omroep Max

Samenvatting

Betalingsverplichting royalty’s aan omroep MAX gekoppeld aan duur van de overeenkomst

1

Gedaagden hadden muziekwerken gecomponeerd en opgenomen ten behoeve van de bejaardengymnastiek van omroep Max (‘Nederland in Beweging’).

2

Max stuurt haar factuur voor terugbetaling van de betaalde royalty’s pas na het verstrijken van de looptijd van de overeenkomst. De rechtbank wijst de vordering tot betaling af en kent een doorslaggevend gewicht toe aan de bewoordingen van artikel 5 lid 3 die de rechtbank opvat als het komen te vervallen van alle betalingsverplichtingen van gedaagden per einde overeenkomst. Aldus worden gedaagden ook bevrijd van verplichtingen die gedurende de looptijd van de overeenkomst zijn ontstaan en die in beginsel opeisbaar waren.

3

Gedaagden hebben zich er met succes op beroepen dat zij hun doorbetalingsverplichtingen welbewust zouden hebben willen beperken aangezien zij grote investeringsrisico’s zouden hebben, omdat onzeker was of zij Buma/Stemravergoedingen voor het gebruik van de muziek zouden ontvangen, terwijl Max niet had bijgedragen in de kosten van het componeren en opnemen. De bepaling omtrent de doorbetaling zou een zekere balans in de ongelijke verhouding van partijen creëren omdat bewust een risico voor Max zou zijn verdisconteerd.

4

Zowel de niet meteen begrijpelijke stelling over de onzekerheid van de ontvangst van de royalty’s, als de niet kenbare hoogte van de investeringen (zie ook Rb. Midden-Nederland 20  september 2017, IEF 17116; ECLI:NL:RBMNE:2017:4775 (Garrix/Spinnin Records), roepen vragen op. Ook is de opvatting moeilijk te volgen dat het risico dat Max ter balancering van de ongelijke verhouding van partijen zou moeten verdisconteren, eruit bestaat dat vergoedingsaanspraken die tijdens de looptijd van de overeenkomst zijn ontstaan, zouden komen te vervallen wanneer deze niet nog tijdens de looptijd van de overeenkomst zijn voldaan.

5

In plaats van deze kwade kans-constructie ter neutralisatie van de aanspraak van Max, ware het begrijpelijker geweest wanneer partijen hadden bedoeld om af te spreken dat de kickbackregeling pas vanaf een break-evenmoment zou ingaan (over de tijd die de platenproducent/muziekuitgever moet worden geboden om de investeringen terug te verdienen, zie de uitspraak van de Hoge Raad inzake Nanada/Golden Earring, ECLI:NL:HR:2017:1270 ).

6

Tot besluit: hadden gedaagden de geldigheid van het ‘kickback’-beding niet ook a priori ter discussie kunnen stellen? De kickbackconstructie komt voort uit de door de omroep moeilijk te aanvaarden honorering (door dezelfde omroep, maar via Buma/Stemra ‘afgedwongen’) in de vorm van zeer substantiële royalty’s, bij ‘netstylingmuziek’, tunes, jingles en dergelijke. De omroepen hebben herhaaldelijk, maar vergeefs, via veelal mededingingsrechtelijke weg pogingen ondernomen om aan Buma/Stemra, respectievelijk aan de hoogte en betaling van deze royalty’s voor het dagelijkse gebruik van hun huisstijl te ontkomen.

7

Met de invoering van het auteurscontractenrecht is het lot van de oplossing van dit ‘probleem’ door middel van deze kickbackafspraken in contracten met makers-natuurlijke personen met terugwerkende kracht onzeker geworden. In de memorie van toelichting bij de invoering van art. 25f Auteurswet en bij de beantwoording van Kamervragen in 2016 heeft de minister een kickbackbeding als voorbeeld genoemd van een onredelijk bezwarend beding in de zin van art. 25f Auteurswet. Dat artikel geldt in gevolge art. 25b lid 2 Auteurswet niet alleen voor exploitatie- maar ook voor opdrachtovereenkomsten ten behoeve van gebruik van het werk door de opdrachtgever zelf.

Titel, auteur en bron

Titel

Noot bij IEF 17423 - uitleg overeenkomst gebruik muziek in programma Omroep Max

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT327:1