AI en IE - Ja of nee?

Auteur(s): Bron:
  • OpenRecht, 24 november 2019, JCDI:ALT509:1

Samenvatting

Artificial Intelligence (AI) stelt de mens in staat steeds meer functies die we tot voor kort als ‘typisch menselijk’ beschouwden te outsourcen naar informatiesystemen. Uitgerust met voldoende (big) data en (zelflerende) instructies kan zo’n AI-systeem ‘creatieve’ processen ontplooien en resultaten genereren waaraan we, als het om mensenwerk ging, intellectuele eigendom (IE) zouden toekennen. De vraag is: geldt dit ook voor AI-systemen en wat je ermee kan maken – en willen we dat eigenlijk?

Inleiding

Artificial Intelligence (AI) stelt de mens in staat steeds meer functies, die we tot voor kort als ‘typisch menselijk’ beschouwden, te outsourcen naar informatiesystemen. Uitgerust met voldoende (big) data en (zelflerende) instructies kan zo’n AI-systeem ‘creatieve’ processen ontplooien en resultaten genereren waaraan we, als het om mensenwerk ging, intellectuele eigendom (IE) zouden toekennen. De vraag is: geldt dit ook voor AI-systemen en wat je ermee kan maken – en willen we dat eigenlijk?

Mens = schepper

Voor zover een AI-systeem bestaat uit computerprogrammatuur kan het auteursrechtelijk beschermd zijn; dat kan ook gelden voor erin opgenomen algoritmen waarmee de programmatuur resultaten genereert. Vereist is dan dat het programma of algoritme een ‘eigen intellectuele schepping’ is van de maker ervan (of diens werkgever), dat wil zeggen: oorspronkelijk is wat betreft de vorm waarin het gemaakt is. Daarnaast kan er voor een AI-systeem als geheel ook octrooibescherming zijn, als het systeem of de voortbrengselen ervan als ‘uitvinding’ kwalificeren, waarvoor o.a. vereist is dat ze als (wereldwijd) nieuw kunnen worden beschouwd qua functionaliteit (octrooirecht laat ik verder buiten beschouwing). Auteursrechtbescherming van een AI-systeem of algoritme is juridisch business-as-usual: er is een persoon die iets maakt, en wanneer dat ‘iets’ kwalificeert als auteursrechtelijk werk is er bescherming. 

AI = schepper

Het wordt pas moeilijk als die maker niet een persoon is maar een AI-systeem. Denk aan recente gevallen van een AI-systeem dat portretten in de stijl van Rembrandt schildert, random muziekstukken in een bepaalde stijl componeert of sonnetten schrijft. Zijn die voortbrengsels – die onmiskenbaar op ‘echte kunst’ lijken – auteursrechtelijk beschermd, en aan wie zou die bescherming dan moeten toekomen?

Eerst even een stap terug. Laten we niet vergeten dat de default positie in het recht (de hoofdregel, zo men wil) is, dat voortbrengsels niet beschermd zijn tegen kopiëren of publiceren: wat ik tegenkom en mooi of interessant of handig vind, mag ik namaken of bekend maken. Auteursrecht is een uitzondering op die toestand, en dat is zo omdat de wet het zegt. Waarom schept de wet die uitzondering? Omdat we vinden dat het maken van bepaalde voortbrengselen gestimuleerd moet worden en we daarom aan die maker een beloning willen toekennen die hij verdient: in materiële zin (zodat hij ervan kan leven) en in morele zin (zodat hij zich erkend ziet als maker). Aan zo’n scheppende persoon (of het bedrijf dat hem voor dat scheppen betaalt) kennen we dan rechten toe, die in staat stellen die verdiensten te realiseren. Bij voortbrengsels waar zo’n maker ontbreekt (bijvoorbeeld: het door de zee fraai gevormde stuk drijfhout) doen we dat niet. Alleen al omdat er in dat geval geen entiteit is aan wie we rechten kunnen toekennen (‘de Noordzee’ of ‘de natuur’ is nu eenmaal geen rechtssubject), maar ook omdat we daar geen reden zien voor het stimuleren van creativiteit door toekenning van een beloning.

Om deze reden rust er ook geen auteursrecht op door een AI-systeem autonoom gemaakte voortbrengsels: een IT-systeem hoeft namelijk niet te eten, en heeft ook geen morele aansprak op (of behoefte aan) erkenning als maker, en we kennen een IT-systeem (dan ook) niet als subject dat rechten kan ontvangen of bevoegdheden uitoefenen. De kern van het auteursrechtelijke systeem is dat bescherming wordt geboden voor de ‘eigen intellectuele schepping’ van de maker, en daarvan is sprake wanneer zij ‘de uitdrukking vormt van diens persoonlijkheid’ (HvJ EU 7 maart 2013, ECLI:EU:C:2013:138 (Painer)). Een AI-systeem heeft geen persoonlijkheid, en de voortbrengsels ervan kan men hoogstens de uitdrukking noemen van de erin gestopte algoritmen en data.

Aansturing brein, aansturing AI

Maar, kan men tegenwerpen: het brein van de mens is in wezen niets anders dan de verwerking door algoritmen van aan de mens ter beschikking staande data. Yuval Harari beschrijft dat op onthutsende wijze in zijn boek Homo Deus (2015). Dat moge zo zijn. Maar dat gegeven, en het feit dat de mens ervoor kiest een deel van die functionaliteit te outsourcen naar (of althans: óók onder te brengen in) AI-systemen, neemt niet weg dat het door de mens zelf ondernomen creatieve proces wordt aangestuurd door diens persoonlijkheid, terwijl de ‘aansturing’ bij het autonome AI-proces gebeurt vanuit de ‘kille’ gegevenheden van de ingebouwde algoritmen en dataverzamelingen.

Verdient het genereren van mooie, interessante of handige voortbrengsels door AI-systemen dan geen stimulering? Ongetwijfeld – maar als de maker van het AI-systeem voor dat werk auteursrechtelijke bescherming zal genieten en dus voor die intellectuele schepping beloond wordt, is er geen reden hem opnieuw met een exclusief IE-recht te belonen als een afnemer van zijn systeem dat toepast om te doen waar het voor geprogrammeerd is, namelijk het genereren van zulke voortbrengsels.

Geen AI-auteursrecht, wel 'royalties'?

Dat de voortbrengsels van een AI-systeem (bijvoorbeeld de AI-gegenereerde muziek) geen auteursrechtbescherming genieten, belet overigens niet dat de maker van dat systeem met een afnemer die dat systeem koopt en gebruikt, of dat die afnemer met zijn afnemers, contractueel afspraken kan maken die lijken op royalty-afspraken. 

Het omgekeerde kan ook. Een partij die de door zijn AI-systeem gegenereerde voortbrengsels vrij bruikbaar op de markt wil laten zijn, kan ten opzichte van iedere afnemer voor de zekerheid afstand doen van zijn (eventuele) auteursrecht op die voortbrengsels. Hij kan dat doen door door bijvoorbeeld de Public Domain tool CC0 (‘zero’) van Creative Commons te gebruiken, die als fallback ook voorziet in een ‘public licence’ voor iedere (opvolgende) gebruiker van dat voortbrengsel.

AI en IE?

Het antwoord van het recht op de vraag naar ‘AI en IE’ is dus, zoals wel vaker, ook hier niet een eenvoudig Ja of Nee, maar : Ja EN Nee.

Titel, auteur en bron

Titel

AI en IE - Ja of nee?

Auteur(s)

Hendrik Struik

Bron

OpenRecht, 24 november 2019, JCDI:ALT509:1

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT509:1