Klimaatverandering op internet: de vrijheid van meningsuiting in zwaar weer

Auteur(s): Bron:
  • OpenRecht, 13 november 2020, JCDI:ALT584:1

Samenvatting

In deze somber gestemde bijdrage wordt gereflecteerd op de grote issues rond vrijheid van meningsuiting op het internet: de rol van de grote tech-bedrijven, de imposssible questions waarvoor het recht zich gesteld ziet. 

 

                                                                                                                           CC BY creative commons 135
Aanloop

Dit jaar worden de donkere dagen voor kerstmis wel erg donker. We dealen met iets dat lijkt op een apocalyptisch scenario uit een Hollywood film van een aantal jaren geleden.[1] De veerkracht van de samenleving, en van ieder van ons persoonlijk, wordt op de proef gesteld. Ik ga het niet noemen!

Het zijn ook barre tijden voor de vrijheid van meningsuiting. In ons vakgebied hebben we het graag over de uitdagingen waar het gebruik van technologie het recht voor stelt. In deze somber gestemde Opinoot stip ik er een paar aan. Vanuit mijn Utrechtse huiskamer, kat op schoot, begin november 2020.

Vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting (uitingsvrijheid én garingsvrijheid) is een van de hoekstenen van onze democratische rechtsstaat. Burgers moeten zich in alle vrijheid kunnen uitlaten én een mening kunnen vormen, zodat ze kunnen deelnemen aan het publieke debat en bij verkiezingen een weloverwogen stem kunnen uitbrengen. De vrije pers is de publieke waakhond,[2] die de politiek, beleidsuitvoering, rechtspraak, alles wat misgaat of dreigt te gaan ter sprake kan brengen. Het principe van de vrije markt van ideeën ligt hieraan ten grondslag: iedereen kan allerlei broodje aap verhalen gaan roeptoeteren, maar uiteindelijk zal in het publieke debat van weldenkende, geïnformeerde en kritische burgers de waarheid (of althans enige vorm van consensus) boven komen drijven.[3] Hierin weerklinkt het idee van de onzichtbare hand, die, gematerialiseerd in de vrije markt economie, tot meer welvaart voor iedereen zou leiden.[4]

De vrijheid van meningsuiting is begrensd: het beschermt niet de verwarde persoon die in een vol theater BRÁÁND! gaat roepen,[5] of te onzent de Dam-schreeuwer.[6] In de VS heerst het First Amendment met ruime grenzen. Hate speech in de vorm van fighting words is verboden. Ook obscene uitingen, blasfemie en smaad vallen niet onder de bescherming van het First Amendment,[7] - maar verder worden uitingen beschermd die hier absoluut niet door de beugel kunnen. In Europa zijn de grenzen minder ruim: vaag omschreven door art. 10 lid 2 EVRM en uitgewerkt in genuanceerde rechtspraak van het EHRM[8] en de nationale rechter. Zo hebben wij een uitgebalanceerd toetsingskader voor uitingen tussen burgers onderling die onrechtmatig zijn (of niet),[9] en we hebben een rijtje uitingsdelicten,[10] strafbare feiten die je kunt plegen puur door iets in het openbaar te zeggen of te laten zien. En dan maar hopen dat het allemaal goed gaat.

Internet

Het gaat niet goed. Daarvoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen, en die hebben voornamelijk van doen met de karakteriserende eigenschappen van door internet gefaciliteerde communicatie. Kort gezegd: anonimiteit (of pseudonimiteit) maakt iemand op internet moeilijk te vinden. Handhaving van nationale regels buiten het eigen territorium is heel, heel lastig. Uitingen op internet zijn ongrijpbaar, letterlijk en figuurlijk. En: door marktwerking zijn monopolisten ontstaan die op commerciële basis het informatie-ecosysteem vormgeven. Dat was altijd al problematisch, maar nu gaat het echt mis. Misschien hebben we ook hier een hamer nodig.

Menselijke beperkingen

Het vrije markt-model veronderstelt verantwoordelijke, weldenkende burgers - of dat er althans in het publieke debat een redelijke consensus onstaat. Wij academici, met onze elitaire media, voeren letterlijk de boventoon. Het corrigerend vermogen dat we onszelf zo graag aanmeten, werkt niet meer in this day and age. De gekkies en domoren, hullie, roepen van alles en nog wat, feiten en conventies vrolijk negerend. Stop! Daar gaan we al: polariseren, de goeie en de slechte meningen, wij weldenkend en zij complotdenkers. Kahneman is behulpzaam voor het blootleggen van deze valkuil in ons denken: hoe we onze eigen positie altijd goedpraten, ook in de innerlijke dialoog die zich dag en nacht in ons hoofd afspeelt.[11] Tunnelvisie, wysiati (what you see is all there is), cognitieve dissonantie, het zit ingebakken in onze menselijke architectuur. Niets aan te doen, maar wel goed om ook heel kritisch te zijn op mezelf, mijn eigen shortcuts en vooroordelen. Ik ben ook maar een mens, en eigenlijk is dat niet best.

Wat te doen om de boel bij elkaar te houden, zoals Job Cohen zei?[12] Hoe kunnen we nog vrijheid van meningsuiting hebben op het internet? Standaardantwoord: het onderwijs moet kritisch denken aanleren: slik niet alles voor zoete koek, zoek informatie uit verschillende bronnen en niet alleen van Facebook, de eerste hits bij Google en het volgende YouTube filmpje, weeg, denk na en vorm je een onderbouwde eigen mening,[13] en sta er vervolgens voor open om die mening ook weer te herzien in het licht van nieuwe informatie: so-called voortschrijdend inzicht. Als juristen hebben we dat geleerd, om te nitpicken, overal tegenin te gaan, alternatieve scenario’s te verzinnen, overal bewijs voor te eisen en met tegenargumenten te komen. Professioneel doen we dat wel. Maar ’s avonds op de bank? Ik kijk liever naar een funny-cat-video[14] op YouTube dan naar de beelden van uitgemergelde kindertjes in Jemen op het nieuws. Ik wil niet shocked, offended en disturbed worden.[15] Laat me met rust in de comfort zone van mijn filter-bubble.[16]

Bovendien krijg ik het niet voor elkaar om overal een weloverwogen, geïnformeerde, kritische mening over te vormen, zelfs al zou ik het kunnen opbrengen. Ik volg dan maar een opinieleider, die iets uitlegt en achter wiens mening ik lekker kan aanhobbelen. En nou roept nota bene mijn favoriete opinieleider: Fix de Fabeltjesfuik![17] Ik voel me als internetrechtjurist aangesproken: ja! Precies! Dát moeten we doen. En vervolgens, zoals bij alle interessante onderwerpen (blockchain, self-sovereign identity, algorithmic accountability) waar ik over nadenk, in grote letters de vraag: HOE DAN? Ik lig er wakker van.

De Fabeltjesfuik

De Fabeltjesfuik: de val van veelal feitenvrij, als informatie verpakt amusement waar commerciële platforms ons met hun bijna-monopolie op meningsuitwisseling in laten lopen voor hun eigen  winstmaximalisatie. Nepnieuws in de vorm van berichten die appelleren aan onderbuikgevoelens houden ons aan het beeldscherm(pje) gelijmd. Privacy? Hou toch op, het komt je huis, erger nog, je hoofd in! Je wordt gemanipuleerd waar je bij staat, en voor je ’t weet zie je overal, echt overal, bewijzen voor de complottheorie waar je ingezogen bent. Misschien niet eens kwade opzet, maar een natuurlijk gevolg van de kapitalistische marktwerking van het informatie-ecosysteem dat stoelt op algoritmes. Optimaal gebruikmakend van onze  – ook bij academici! – basale behoefte om gerustgesteld te worden met welgevallige informatie.

De nieuwe boemannen zijn de Big Tech bedrijven, die, omdat wij allemaal in onze filterbubble naar kattenfilmpjes keken, zwaar onverantwoorde marktmacht én informatie-macht hebben verworven. De monopoliehoudende zoekmachine, het video-platform en razendsnelle communicatiemedia (so-called ‘social’ media) hebben het voor het zeggen in de publieke ruimte van de vrije meningsvorming.

Hun verdienmodel is gericht op het creëren van verslaving,[18] met de bijbehorende risico’s. Helaas gaan kapitalisme en maatschappelijke verantwoordelijkheid niet goed samen.

Eén van de hoekstenen van onze democratische rechtsstaat, de informatievrijheid, wordt bepaald, begrensd én ingevuld door monopolistische commerciële bedrijven die zich buiten onze jurisdictie bevinden. Welke nationale overheid kan de Big Tech bedrijven nog iets maken? Tom Poes, verzin een list!

Het recht

Er wordt nagedacht over aanpassing van de regels voor platformen. De Europese Commissie komt met een zogenaamde Digital Services Act pakket, als onderdeel van de European Digital Strategy.[19] Die Digital Services Act gaat twee dingen doen. Eén: er komen duidelijke regels voor de verantwoordelijkheid van digitale dienstverleners met betrekking tot de risico’s die hun gebruikers lopen en de bescherming van hun rechten. Platforms worden verplicht om mee te werken aan toezicht, zodat de regels ook echt gehandhaafd worden. Twee: regels met betrekking tot mededinging, zodat er alternatieven kunnen komen voor platforms die nu een feitelijk monopolie hebben. Het Europees Parlement denkt kritisch mee en heeft een paar aanvullingen en aanscherpingen.[20] Net als bij de GDPR het geval is moeten de regels extra-territoriale werking hebben, in de zin dat platforms die buiten de EU gevestigd zijn maar wel hun diensten verlenen aan inwoners van de EU, zich eraan moeten houden. Schadelijke content, hate speech en desinformatie moeten geadresseerd worden met versterkte transparantieverplichtingen, en door media educatie, aldus het EP. Die versterkte transparantieverplichtingen worden als volgt nader toegelicht: “Verplichtingen om verslag te doen van zowel notice-and-take-down procedures als geschilbeslechtingsmechanismes, and precieze cijfers over het aantal meldingen en verwijderverzoeken, en andere belangrijke indicatoren zoals gemiddelde responsetijden”.[21] Tegelijkertijd zijn upload filters of een andere vorm van toetsing vooraf op schadelijke of illegale content uit den boze. En: het laatste woord over of bepaalde content legaal is of niet zou bij een onafhankelijke rechter moeten liggen, en niet bij commerciële partijen.[22]

Ja, natuurlijk. De vraag is wederom: hoe dan. In een recente aflevering van In Europa, getiteld Ctrl, Alt, Delete[23] komt een vrouw aan het woord die drie maanden als moderator voor Facebook gewerkt heeft. Zij vertelt dat ze per uiting die aan haar voorgelegd werd, 10 seconden had om te beslissen of die uiting verwijderd moet worden of niet. Geen zorgen over werkgelegenheid voor rechters! Het lijkt mij niet realistisch, niet haalbaar.

Aan de overkant van de oceaan wordt hier natuurlijk ook over nagedacht, daar met name in de context van aanpassing van section 230 van de Communications Decency Act (CDA).[24] Facebook kwam met een White Paper over regulering van online content,[25] waarin ze stellen zichzelf meer te zien als communicatie-tussenpersoon dan als traditionele uitgever. Ondertussen is het niet zo dat Facebook niets doet, integendeel: er wordt driftig gemodereerd en al dan niet na een notice content take down gehaald. En ook als Facebook de fabeltjes wel offline haalt worden ze voor de rechter gesleept.[26]

Bowers en Zittrain ontwaren een derde tijdperk in de discussie over de governance van online platforms.[27] Eerst hadden we de ongebreidelde vrijheid, in het tweede tijdperk lag de nadruk meer op de belangen die door beperking van vrijheid van meningsuiting beschermd worden: de lijst van art. 10 lid 2 EVRM – door hen samengenomen onder de noemer Public Health. Het derde tijdperk steekt het meer procedureel in en zoekt naar consensus over hoe beleidsbeslissingen met betrekking tot aanvaardbaarheid content worden genomen en geëffectueerd. Dat zou in kunnen houden dat bepaalde taken naar een organisatie buiten het platform zelf gedelegeerd worden. Of dat een publieke, quasi rechterlijke organisatie zou moeten zijn of een private, wordt niet duidelijk uit hun paper. En evenmin hoe zo’n organisatie gefinancierd en gecontroleerd zou moeten worden.

Ik zie een link met de observatie van het EP, hierboven aangehaald, dat de beslissing over wat wel en wat niet aanvaardbaar is, eigenlijk niet in handen van de commerciële partijen zou moeten liggen die er zelf belang bij hebben. Misschien een nieuwe toezichthouder? Gefinancierd met openbare middelen, omdat het gaat om fundamentele waarden en, dramatisch gezegd, het voortbestaan van onze democratie. Wellicht is dat de prijs die we, dan letterlijk, betalen voor de enorme vrijheden en mogelijkheden die internet communicatie ons biedt. Werkgelegenheid voor juristen, en we smijten toch al met geld.

Misschien geldt net als voor andere recente maatregelen ook hiervoor: te weinig en te laat. Maar alsnog is het beter om de put te dempen dan ernaast te gaan zitten huilen om alle reeds verdronken schattige kalfjes.

Paradoxen: van vrijheid en tolerantie

En dan hebben we nóg een lompe olifant in deze kamer: de botsing met andersdenkenden, in het bijzonder over hoe je je wel of niet over godsdienst zou mogen uitlaten. Een duivels dilemma, een open wond, waar zo af en toe iemand een heel zoutvaatje boven leegstrooit. Een typisch geval van de paradox van de vrijheid: om haar te beschermen, moeten we haar, een beetje, inperken.[28] Pluriformiteit, tolerantie en respect veronderstellen dezelfde waarden van iedereen, en kunnen niet écht dealen met bijvoorbeeld misogynie, fanatisme en brainwashing. Wat we nodig hebben is  media-wijsheid, kritische denkvaardigheden, bewustwording: taken voor onderwijs dat zelf ook bloot staat aan geweld en bedreiging daarmee. Tom Poes, ben je er nog? De ingrediënten voor escalatie tussen wederom wij (Wilders,[29] Macron, het vrije Westen) en zij (Erdogan, islamitisch fundamentalisme) zijn volop aanwezig. Ik houd mijn hart vast. En nog steeds lig ik wakker.

Tenslotte

Klimaatverandering, ook voor de vrijheid van meningsuiting. Ik ben vandaag zo somber – zo somber was ik (bijna) nooit. Tijd voor een kattenfilmpje! En deze keer graag met een zeer vindingrijke Tom Poes.

Eindnoten

[1] Contagion uit 2011, van Steven Soderbergh. Zie de trailer.

[2] Voor het eerst genoemd door het EHRM in de zaak Barthold van 25 maart 1985, nr. 8734/79, r.o.  58. Daarna vaker gebruikt in bekende arresten zoals EHRM 8 juli 1986, nr. 9815/82 (Lingens v. Oostenrijk), r.o. 44 en EHRM 23 september 1994, nr. 15890/89 (Jersild/Denemarken), r.o. 31.

[3] Vaak toegeschreven aan John Stuart Mill, die in zijn beroemde On Liberty de basis voor een dergelijke theorie gelegd zou hebben. Volgens Gordon ten onrechte – maar dat maakt de theorie niet minder invloedrijk, met name door verwijzingen ernaar door de beroemde Amerikaanse rechter Oliver Wendell Holmes jr. Zie Gordon, J. (1997). John Stuart Mill and the “marketplace of ideas”. Social Theory and Practice23(2), 235-249, en Abrams v. United States 250 U.S. 616 (1919; dissenting).

[4] Zie hierover onder meer Kennedy, G. (2009). Adam Smith and the invisible hand: From metaphor to myth. Econ Journal Watch, 6(2), 239.

[5] Opinion van Oliver Wendell Holmes jr. in Schenck v. United States, 249 U.S. 47 (1919).

[6] HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:12 (Damschreeuwer).

[7] Chaplinsky v. New Hampshire, 315 U.S. 568 (1942).

[8] Nieuwenhuis, A. (2017). Van catalogusformules en strong reasons: de ontwikkeling van de artikel 10 jurisprudentie van het EHRM van 2010 tot en met 2016 (deel I) en (deel II). Mediaforum, 29(1), 2-12 en 29(3), 74-81.

[9] Zoals bijvoorbeeld recent aangehaald in Rechtbank Gelderland 30 juli 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3852, r.o. 4.4.

[10] Janssens, A. L. J., & Nieuwenhuis, A. J. (2019). Uitingsdelicten. Vierde druk, Deventer, Kluwer.

[11] Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. Macmillan.

[12] Hubert Smeets, interview met Job Cohen, De Groene Amsterdammer, 20 december 2003.

[13] Mijn favoriete video: What it means to be a “critical student” van de University of Leicester. 

[14] Mijn favoriete video: Cat Leads Her Pack Of Husky Dogs van The Dodo.

[15] EHRM 7 december 1976, nr. 5493/72, ECLI:CE:ECHR:1976:1207JUD000549372 (Handyside).

[16] Pariser, E. (2011). The filter bubble: How the new personalized web is changing what we read and how we think. Penguin.

[17] Zondag met Lubach, De online fabeltjesfuik, 18 oktober 2020. Terug te zien op YouTube.

[18] Zie de Netflix documentaire (2020) The Social Dilemma.

[21] Zie de studie van de EPRS (Niombo Lomba en Tatjana Evas), Digital Services Act; European added value assessment, oktober 2020, p. 105.

[23] CTRL, ALT, Delete, VPRO.nl, 8 november 2019.

[24] Zie Casey Newton, Everything you need to know about section 230, The Verge, 28 mei 2020, Russell Brandom, Senate Republicans want to make it easier to sue tech companies for bias, The Verge, 17 juni 2020.

[25] Monika Bickert, Online Content Regulation, Charting a Way Forward, White Paper, February 2020.

[26] Rechtbank Amsterdam 13 oktober 2020 (FB Covid 19-beleid), ECLI:NL:RBAMS:2020:4966. Gelukkig oordeelde de rechter dat Facebook wel haar eigen COVID-19 beleid mag handhaven. Zie ook: Rechtbank Amsterdam 9 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 met betrekking tot Youtube.

[27] Answering impossible questions: content governance in an age of disinformation. The Harvard Kennedy School (HKS) Misinformation Review. DOI:10.37016/mr-2020-005, Available at SSRN.

[28] Zie de quote uit Karl Raimund Popper, The Open Society and Its Enemies op Goodreads.com.

[29] Wacht even. Wat? Ik bevind me in hetzelfde kamp als Wilders? Wat is hier aan de hand?

Titel, auteur en bron

Titel

Klimaatverandering op internet: de vrijheid van meningsuiting in zwaar weer

Auteur(s)

Tina van der Linden

Bron

OpenRecht, 13 november 2020, JCDI:ALT584:1

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT584:1