Maakt het huidige open access beleid de wetenschapswereld open?

Auteur(s):

Samenvatting

Het kan natuurlijk bijna geen toeval zijn dat de allereerste OpenThesis in de geschiedenis van OpenRecht gaat over open access. Toch is het dat wel, maar natuurlijk wel passend. Saskia Hartogh (Universiteit Leiden) geeft in deze eerste OpenThesis een overzicht van de juridische open access modellen bekeken vanuit een wetenschappelijke invalshoek. Open access is wat OpenRecht betreft het direct vrij beschikbaar stellen van teksten die met publiek geld tot stand gekomen zijn. Dat geldt voor teksten afkomstig van rechters, overheidsambtenaren, door de overheid betaalde organisaties, en natuurlijk zeker ook voor wetenschappers.  

1 Inleiding

Open access betekent kort gezegd vrije toegang tot (wetenschappelijke) artikelen.[0] Een brede realisatie van open access leidt ertoe dat ieder die daar geïnteresseerd in is wetenschappelijke kennis tot zich kan nemen. Brede toegang tot die kennis is iets dat nagestreefd dient te worden gezien het feit dat dit velen op een of andere manier ten goede kan komen. Zo is vrije toegang tot wetenschappelijke kennis bij de uitoefening van bepaalde beroepen erg belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan artsen en advocaten. Artsen hebben onderzoeksresultaten van medisch wetenschappelijk onderzoek nodig om patiënten naar beste kunnen te behandelen en advocaten hebben juridische artikelen nodig om cliënten zo goed mogelijk te kunnen bijstaan. Dit zijn slechts enkele van de vele manieren waarop men baat heeft bij een open wetenschapswereld.

Toegang tot wetenschappelijke informatie is daarnaast ook nuttig om gewoonweg in staat te zijn mee te kunnen doen aan het maatschappelijke debat. De samenleving als geheel heeft profijt van de realisatie van open access, omdat het wetenschappers en anderen in de gelegenheid stelt om op een goedkope en efficiënte manier met elkaar te communiceren en kennis te delen.[1]

Doordat belangrijke bevindingen en kennis op brede schaal snel kunnen worden gedeeld, kan er bijvoorbeeld sneller een medicijn tegen een bepaalde ziekte ontwikkeld worden.[2][3] Het belang van open access wordt door de corona-pandemie dan ook extra benadrukt. Voor de bestrijding van COVID-19 is het van cruciaal belang gebleken dat onderzoekers, beleidsmakers, praktijkbeoefenaars en het publiek vrije en ongelimiteerde toegang hebben gekregen tot bestaande wetenschappelijke kennis. Kennis uit onderzoeken naar virussen uit het verleden kan wetenschappers veel leren over de juiste aanpak met betrekking tot het huidige corona-pandemie. Op 31 maart 2020 deed de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)[4] dan ook een oproep aan alle Nederlandse onderzoekers om COVID-19 gerelateerd onderzoek open access te publiceren.[5]

Los van het feit dat de hele samenleving gebaat is bij de realisatie van open access, wordt een open wetenschapswereld door velen rechtvaardiger bevonden.[6] De gemeenschap betaalt namelijk (indirect) via o.a. belastinggelden voor (veel) van het wetenschappelijke onderzoek. Het is dan ook krom te moeten ervaren dat de gemeenschap wordt weerhouden van vrije toegang tot de wetenschappelijke resultaten die voortvloeien uit het door hen gefinancierde onderzoek.

Vergeleken met eerdere jaren zijn er nu overigens al veel wetenschappelijke artikelen vrij toegankelijk, maar nog steeds is het overgrote deel van de publicaties niet vrij toegankelijk en is inzage in veel gevallen enkel te verkrijgen via een abonnement op de wetenschappelijke tijdschriften waarin deze zijn opgenomen. En dat terwijl het internet het momenteel op een eenvoudige manier mogelijk maakt artikelen met iedereen overal ter wereld te delen.

In deze bijdrage wordt besproken wat de oorzaak is van het feit dat de wetenschapswereld nog steeds grotendeels ‘gesloten’ is en wat er nodig is om dit te veranderen zodat iedereen wetenschappelijke kennis tot zich kan nemen met alle voordelen van dien.[7] Daartoe zal eerst worden besproken hoe het huidige publicatiesysteem tot stand is gekomen en wat daar aan vooraf ging. Daarna zullen oplossingen worden geïnventariseerd.

2 Het traditionele publicatiemodel dat aanvankelijk zorgde voor verspreiding van artikelen houdt de wetenschapswereld nu gesloten

In de tijd dat internet nog niet bestond, koos de wetenschap er begrijpelijkerwijs voor om de verspreiding van artikelen uit handen te geven aan uitgeverijen.[8] Dit was voor wetenschappers tenslotte de enige manier om een groot publiek te bereiken. Uitgeverijen publiceerden de wetenschappelijke artikelen in hun tijdschriften en verspreidden deze onder abonnees. Met de komst van het internet werd het mogelijk voor wetenschappers artikelen zelf via het internet te verspreiden. Wetenschappers waren daardoor niet langer afhankelijk van uitgeverijen voor de distributie van artikelen. De mogelijkheid tot realisatie van open access werd daardoor ontsloten.[9] Echter, het traditionele publicatiemodel bleef toch in stand en daarmee bleven de mogelijkheden die het internet schept onbenut met als gevolg dat wetenschappelijke kennis slechts toegankelijk bleef voor diegenen die zich een abonnement konden veroorloven (veelal bibliotheken van grote instellingen zoals (academische) ziekenhuizen).

Het traditionele publicatiemodel dat ooit ontstaan is door de onmogelijkheid artikelen zelf te verspreiden, bleef hield dus ook stand toen het mogelijk werd artikelen zelf online te zetten. Dit is veelal te verklaren door het waarderingssysteem dat samen met het traditionele publicatiemodel is ontstaan, waarbij de kwaliteit van een wetenschapper wordt afgemeten aan de hand van de impactfactor van het tijdschrift waarin hij/zij artikelen publiceert.[10] De impactfactor is jaren geleden ontwikkeld met het idee de waarde van een tijdschrift in kaart te brengen om het voor bibliotheken makkelijker te maken te beslissen voor welke tijdschriften het waard was een abonnement af te sluiten. Dit waarderingssysteem, dat in eerste instantie bedoeld was ter beoordeling van de kwaliteit van tijdschriften, is door de jaren heen doorgeslagen naar de beoordeling van wetenschappers die in die tijdschriften publiceren. Over het algemeen geldt dat hoe vaker een wetenschapper artikelen publiceert in een tijdschrift met een hoge impactfactor, hoe hoger zijn/haar wetenschappelijke kwaliteiten worden ingeschat. Wetenschappers hebben zo nog altijd de voorkeur artikelen in prestigieuze tijdschriften met een hoge impactfactor te publiceren, in plaats van deze zelf op het internet vrij toegankelijk te maken. Dit geeft hen immers prestige en vergroot daarmee de (academische) carrièrekansen.[11]

Naast dit status-gerelateerde voordeel van publicaties in prestigieuze tijdschriften is er nog een groot voordeel dat de verspreiding van artikelen via internet tegenhoudt. Namelijk het goed georganiseerde publicatiesysteem dat uitgeverijen door de jaren heen ontwikkeld hebben. Ingezonden artikelen worden door de redactie grondig aan een kwaliteitsonderzoek onderworpen middels (meestal) een peer review. Indien een wetenschapper een artikel zelf op het internet publiceert, vindt er niet per definitie een peer review plaats en loopt hij/zij daarmee de kans dat er (methodologische) fouten in het artikel staan. Dit kan de reputatie van een wetenschapper vervolgens schaden.

Uitgeverijen vroegen (en vragen nog steeds) daarbij vaak aan de auteurs de rechten over te dragen of vroegen (en vragen nog steeds) om een exclusieve licentie om het artikel te mogen publiceren en kregen daarmee een monopolie op de tekst. Deze monopoliepositie heeft de mogelijkheid gecreëerd veel geld te verdienen aan wetenschappelijke artikelen. Uitgeverijen zijn dan immers de enige die toegang tot de artikelen kunnen verschaffen, waardoor zij daar hoge prijzen voor kunnen vragen. Het uitventen van de wetenschap is daarmee een verdienmodel voor commerciële uitgeverijen geworden. Wetenschappelijke artikelen worden verhandeld als winstgevende informatieproducten. Het traditionele publicatiemodel dat in het verleden uit ‘netheid’ is geboren – voor een brede verspreiding van artikelen – is vandaag de dag uitgegroeid tot een systeem waarin toegang tot wetenschappelijke kennis voor velen ontoegankelijk is geworden gezien de hoge kosten die hiervoor betaald dienen te worden. De commerciële uitgeverijen worden er rijk van, de wetenschapper verkrijgt daarentegen  (meestal) geen enkele financiële vergoeding.

Het onbenut laten van de mogelijkheid artikelen vrij toegankelijk te maken en te verspreiden via het internet gecombineerd met het feit dat wetenschappelijk onderzoek tot stand is gekomen met belastinggeld heeft ertoe geleid dat er de afgelopen jaren meerdere geluiden zijn opgekomen die kritiek leveren op dit traditionele publicatiesysteem.[12]

3 De introductie van open access publicatiemodellen als stap in de goede richting

Om gehoor te geven aan deze groeiende kritiek zijn veel commerciële uitgeverijen richting open access gaan bewegen door de introductie van open access publicatiemodellen. De twee meest voorkomende open access publicatiemodellen worden het groene en het gouden model genoemd. Het groene model lijkt op het zojuist besproken traditionele publicatiemodel. Het verschil is dat de uitgever het na bepaalde tijd (enkele maanden tot een jaar of meer[13]) toestaat dat de wetenschapper zijn/haar artikel alsnog online toegankelijk maakt voor het brede publiek.[14] Artikelen blijven zo dus nog steeds niet direct toegankelijk voor derden. Dat voorrecht hebben alleen abonnees.

In het groene model worden artikelen al het war met enige vertraging open access. Dat is een vooruitgang als het een automatisme zou zijn dat de artikel na een zekere tijd altijd beschikbaar gesteld zou worden. Dat is helaas niet geval. Het komt helaas veel vaker voor dat artikelen überhaupt nooit vrij toegankelijk worden. Het is namelijk geen verplichting voor wetenschappers om de artikelen open access te maken.[15] De realiteit wijst uit dat wetenschappers deze mogelijkheid vaak niet benutten wegens het gebrek aan institutionele prikkels of omdat ze niet weten hoe dit moet en het veel werk kost.[16] Waar het in het groene model nog steeds alleen mogelijk is direct toegang te krijgen tot wetenschappelijke artikelen door een abonnement af te sluiten, leidt dit (te) vrijblijvende model ertoe dat de meeste stukken nooit achter de betaalmuur vandaan komen. 

In het gouden model is dit totaal anders. In dit model worden artikelen namelijk door de uitgever direct open access gepubliceerd. Een uitgever brengt hiervoor zogenaamde article processing charges (apc’s) in rekening aan wetenschappers en/of onderzoeksinstellingen.[17] Waar uitgeverijen de publicatiekosten in het groene model verrekenen aan het einde van het publicatieproces in de vorm van abonnementen, verrekenen ze de kosten in het gouden model aan het begin van het publicatieproces in de vorm van apc’s. Ondanks het feit dat open access in het gouden model direct vanaf het moment van publicatie wordt gerealiseerd en dus ook de voorkeur verdient boven het groene model, heeft ook het gouden model geen brede open wetenschapswereld tot resultaat. Dit komt doordat de apc’s die commerciële uitgeverijen berekenen voor open access publicaties in prestigieuze tijdschriften, waarin wetenschappers doorgaans het liefste publiceren, vaak als te hoog worden ervaren.[18] De hoge kosten die verbonden zitten aan de realisatie van open access via het gouden model weerhouden wetenschappers van de mogelijkheid gebruik te maken van dit gouden model.[19] Deze hoge kosten snijden indirect veel wetenschappers af van de mogelijkheid onderzoekresultaten op deze manier open access te maken, waardoor er vaak gekozen wordt voor publicatie in tijdschriften die het groene model hanteren met als gevolg dat veel artikelen alsnog (voor bepaalde tijd) slechts voor abonnees raadpleegbaar zijn. Hierdoor wordt het gewenste resultaat van een brede open wetenschapswereld niet bereikt, niet via de groene weg en niet via de gouden weg.

De introductie van deze twee open access publicatiemodellen heeft dus wel gezorgd voor een zekere toename van het aantal wetenschappelijke artikelen dat open access is, maar het overgrote deel is nog altijd niet vrij toegankelijk.[20] Een vlucht heeft open access niet genomen en al helemaal niet in het juridisch-wetenschappelijke domein.

4 Niet overal heerst een kostenprobleem

Het kostenprobleem dat de realisatie van open access in de weg staat - het redigeren, opmaken en verspreiden van artikelen kost immers tijd en dus geld - lijkt vooral aanwezig te zijn in rijke westerse landen. Derdewereldlanden, waar commerciële uitgeverijen geen rol spelen, kennen dit probleem doorgaans niet. In die landen wordt ofwel een gouden model gehanteerd, maar dan zonder dat er hoge apc’s gevraagd worden, doordat de kosten een afspiegeling zijn van de kosten die er daadwerkelijk gemaakt worden. Ofwel een diamanten model, waarin artikelen net als in het gouden model direct open access worden gepubliceerd, maar dan zonder dat er überhaupt apc’s betaald hoeven worden. Dit komt doordat de kosten in het diamanten model gedekt worden door donaties van sponsoren. Zo’n betaalbare variant van het gouden model en het diamanten model worden vormgegeven door niet-commerciële partijen die niet uit zijn op het maken van winst. Open access publiceren is in die landen niet ineens kosteloos, maar de kosten die gerekend worden vallen vele malen lager uit, omdat de niet-commerciële partijen geen winstoogmerk hebben. De niet-commerciële partijen rekenen niet meer kosten dan ze daadwerkelijk kwijt zijn. Hierdoor kan (vrijwel) iedere wetenschapper zijn/haar artikel open access publiceren, waardoor er een brede open wetenschapswereld ontstaat.

Een mooi voorbeeld van een regio met een diamanten model is Latijns-Amerika. Het diamantenmodel van Latijns-Amerika betreft een niet-commerciële open access infrastructuur, waarin commerciële uitgeverijen geen rol spelen.[21] De distributie van wetenschappelijke artikelen geschiedt niet via prestigieuze tijdschriften, maar via non-commerciële open access platforms[22] die door de overheid gefinancierd worden.[23] Dit systeem is ontstaan doordat uitgeverijen hier geen commercieel gewin zagen in het opzetten van wetenschappelijk tijdschriften. Er heerst daardoor een andere publicatiecultuur dan in het westen. De afwezigheid van wetenschappelijk geïnteresseerde uitgeverijen heeft Latijns-Amerika ‘gedwongen’ om de distributie en publicatie van deze artikelen op een andere manier vorm te geven. Zo is op een zeer natuurlijke wijze een betaalbaar open access systeem ontstaan.[24]

5 De stappen die genomen kunnen worden om open access realiteit te maken

Om wereldwijd brede toegankelijkheid tot wetenschappelijke artikelen te realiseren, is het een vereiste dat de kosten die gepaard gaan met het open access publiceren in de westerse wereld drastisch verlaagd worden. Het systeem waar we door de jaren heen in verzeild zijn geraakt, waarin wetenschappelijke artikelen als winstgevende producten worden verhandeld door commerciële uitgeverijen, dient te veranderen. Als we vast willen blijven houden aan het huidige gouden model zullen commerciële uitgeverijen de prijzen van apc’s flink moeten verlagen. Theoretisch gezien is hier ruimte voor. Commerciële uitgeverijen rekenen namelijk hogere kosten dan ze daadwerkelijk aan open access publicaties kwijt zijn. Het publicatieproces kost geld, maar de kosten die commerciële uitgeverijen berekenen zijn vele malen hoger gebleken dan de werkelijke kosten. De grootste commerciële uitgeverijen vragen zelfs zo veel meer dat het hen een winstmarge oplevert van maar liefst 37 procent. Ter vergelijking, de winstmarge van het populaire Amerikaanse bedrijf Apple is 39 procent.[25] De mogelijkheid is er dus, maar in de praktijk zal dit lastig te implementeren zijn wanneer de uitgeverijen hiertoe niet verplicht worden. Zelfs niet onder grote druk, zo is de afgelopen jaren gebleken. Er zijn ten slotte altijd wetenschappers (en instituten) die de hoge kosten wel kunnen betalen en die dit er ook voor over hebben door de status-gerelateerde en praktische voordelen die een publicatie in een prestigieus tijdschrift met zich meebrengt. De enige manier om het huidige gouden model betaalbaar te krijgen, is dan ook door een verlaging van apc’s te verplichten. Bijvoorbeeld door middel van het instellen van een prijsplafond op de apc’s. Echter, als we de commerciële uitgeverijen willen behouden, zal dit nooit een grote verlaging impliceren. Immers, als het prijsplafond te laag wordt gelegd, zal de winst flink dalen en is de verwachting dat het voor uitgeverijen niet langer lucratief is het publicatieproces te verzorgen.

Gezien het feit dat de kosten van het gouden model op geen enkele manier genoeg verlaagd zullen worden om een open wetenschapswereld te creëren, dient het publicatieproces op een andere manier te worden ingericht dan dat we tot nu toe gewend zijn. Makkelijker gezegd dan gedaan. De wetenschapswereld is immers gewend geraakt aan het huidige publicatiesysteem, waarin commerciële uitgeverijen een monopoliepositie hebben en winst genereren met de publicatie van wetenschappelijke artikelen. Iets veranderen wat al jarenlang de norm is, wekt altijd de nodige spanningen op. Echter, een open wetenschapswereld komt er niet vanzelf, daar moeten we veel voor over hebben! Een spreekwoord dat dit mooi verwoordt luidt: ‘if you want something you’ve never had, you must be willing to do something you’ve never done’.

Het breken met de commerciële verhandeling van wetenschappelijke artikelen hoeft in principe niet gepaard te gaan met de introductie van een ander publicatiemodel. Immers, zoals net al kort is aangestipt zou het gouden model in theorie stand kunnen blijven houden, maar dan zonder dat er hoge apc’s berekend worden doordat de apc’s dan een afspiegeling zijn van de werkelijk gemaakte kosten. Door het wegvallen van de commerciële verhandeling is er immers geen drang meer winst te maken met de open access publicatie van die artikelen. Echter, indien de artikelen toch niet langer commercieel verhandeld worden, verdient het mijns inziens aanbeveling te kiezen voor het diamanten model. In het diamanten model worden er namelijk helemaal geen apc’s meer berekend doordat de kosten door sponsoren worden gedekt. Hierdoor wordt het voor wetenschappers geheel kostenvrij om open access te publiceren, waardoor daadwerkelijk iedere wetenschapper hiertoe de mogelijkheid heeft met als gevolg dat de toegankelijkheid tot wetenschappelijke artikelen optimaal wordt vergroot.

6 Oprichten van alternatieve publicatieplatforms met een diamanten model

Als commerciële uitgeverijen daadwerkelijk een stapje terug doen, moet het publicatieproces uiteraard wel op een andere manier worden vormgegeven. En wel op zo’n manier dat de kwaliteit van het publicatieproces gewaarborgd blijft. Dit is mogelijk door een netwerk van niet-commerciële alternatieve online publicatieplatforms (hierna: alternatieve platforms) op te richten die een volwaardige vervanging vormen van commerciële uitgeverijen.[26] Om deze alternatieve platforms in te kunnen richten met een diamanten model is het noodzakelijk dat er genoeg partijen zijn die als sponsor willen fungeren. Dit zal uiteraard alleen het geval zijn als het de investering waard is. Met andere woorden, als er toekomst in deze platforms zit. Om de alternatieve platforms tot een succes te maken, dient er een aantal dingen te gebeuren, dan wel te veranderen.

De kwaliteit van publicaties dient gewaarborgd te blijven

De platforms dienen als volwaardige vervanging te fungeren van de prestigieuze tijdschriften om met die tijdschriften te kunnen concurreren en dus kans van slagen te hebben. Velen denken dat het wegvallen van uitgeverijen per definitie leidt tot kwaliteitsverlies. Zolang de platforms de goede infrastructuur van commerciële uitgeverijen waarborgen, hoeft dit echter niet het geval zijn. Dit betekent dat het eerder besproken peer review proces in stand dient te blijven. Ervan uitgaande dat een platform een goede redactie samenstelt, zal er geen sprake zijn van kwaliteitsverlies. Het feit dat een platform over minder geld beschikt mag het samenstellen van een goede redactie niet in de weg zitten. In het huidige systeem doet een redactie de peer review namelijk ook  (in de meeste gevallen) zonder hiervoor betaald te worden.

De noodzaak van een verandering van het waarderingssysteem

Dat de peer review gewaarborgd blijft, is niet de enige voorwaarde om het netwerk van alternatieve platforms te laten slagen. Een tweede voorwaarde is dat het eerder besproken universitaire waarderingssysteem dient te veranderen. Dit waarderingssysteem weerhoudt wetenschappers er namelijk van de overstap naar de alternatieve platforms te maken. De nieuwe alternatieve platforms hebben in tegenstelling tot prestigieuze tijdschriften nog geen kwaliteitskeurmerk bemachtigd en dienen nog een reputatie op te bouwen. Zoals te verwachten, zal pas na enkele jaren die officiële erkenning ontstaan. Een publicatie op een nieuw en onbekend alternatief platform wordt daarom, zeker in de beginjaren, als minder waardevol ervaren dan een publicatie in een tijdschrift met een hoge impactfactor. De enige manier om met de publicatiedrang in prestigieuze tijdschriften af te rekenen en daardoor betaalbare open access initiatieven te laten slagen, is door het beloningssysteem waarin de wetenschapswereld is vast komen te zitten te veranderen. Ook hier geldt dat het lastig is om de ingesleten patronen te doorkruisen. Toch zullen de universitaire instituten zich hierover dienen te beraden. In het huidige context zijn naast publicaties met een hoge impactfactor, ook de maatschappelijke relevantie van het onderzoek van belang en de toepasbaarheid van de resultaten in de breedste zin van het woord. De publieke discussie hieromtrent en het doen van wetenschap met publieke middelen (o.a. belastinggelden) nopen hier een nieuwe visie op te creëren. Dit is dan ook alleen mogelijk als universiteiten, financiers en wetenschappers zich hier gezamenlijk actief voor inzetten.

Inzet van eenieder is van cruciaal belang

Recent is dit in een brief van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) ook gesteld, door daarin met een integraal plan te komen om de druk op het wetenschapssysteem te verminderen. [27] Het zijn de universiteiten en financiers die hun manier van waarderen dienen aan te passen. Zij moeten ‘afkicken’ van de verslaving aan publicaties in prestigieuze tijdschriften. Er zal meer oog moeten komen voor de werkelijke inhoud van de artikelen, iemands creativiteit en iemands bijdrage aan de maatschappij. Zolang zij hun manier van waarderen van de wetenschap niet veranderen, zullen wetenschappers de overstap naar de alternatieve platforms uiteraard niet maken.[28] Aanpassing van dit waarderingssysteem is niet het enige dat nodig is. Universiteiten en financiers moeten publicaties op alternatieve platforms niet alleen leren waarderen, zij moeten dit ook stimuleren. Universiteiten zouden dit bijvoorbeeld kunnen doen door punten uit te delen voor publicaties op alternatieve platforms die uiteindelijk worden meegewogen in de functiewaardering.[29]En financiers zouden als voorwaarde voor een financiering kunnen stellen dat het artikel op een open platform gepubliceerd dient te worden. Iets wat overigens langzaam maar zeker steeds vaker vereist wordt door organisatie als het NWO en EU.

Het zijn uiteindelijk de wetenschappers die de stap naar de alternatieve platforms daadwerkelijk kunnen zetten. Dit dienen zij gezamenlijk te doen door te stoppen met het aanbieden van hun werk aan de peperdure prestigieuze tijdschriften. Dit kan enkel gebeuren als het waarderingssysteem verandert en de peer review gewaarborgd blijft. Zolang dit niet gebeurt, zijn de nieuwe alternatieve publicatieplatforms kansloos. Voor het maken van de overstap naar deze platforms zijn kartrekkers essentieel. Wetenschappers met veel aanzien moeten andere (jongere) wetenschappers laten zien dat publiceren op alternatieve publicatieplatforms niet ‘eng’ is. Erkende wetenschappers die al jarenlang in het vak zitten, dienen hun verantwoordelijkheid te nemen en het goede voorbeeld te geven. Zij moeten de nieuwe manier van publiceren omarmen en doorvertalen naar promovendi en programma’s waar zij supervisor van zijn. [30] Goed voorbeeld doet immers goed volgen. En los van het goede voorbeeld dat de jongere wetenschappers wel/niet krijgen, moeten zij uiteraard ook zelf op eigen initiatief deze nieuwe beweging in gang zetten.

Één is geen!

Er bestaan al enkele niet-commerciële alternatieve online publicatieplatforms.[31] Echter, om volledig over te kunnen stappen van commerciële uitgeverijen naar dit soort alternatieve platforms is een breed scala aan platforms nodig voor alle verschillende disciplines. Het is daarom noodzakelijk dat meerdere wetenschappers de taak op zich nemen deze platforms op te richten. Ik ben me ervan bewust dat dit geen simpele taak is. Zo stelt ook professor Caux, oprichter van het open access platform SciPost, dat de oprichting van dergelijke platforms veel inspanning, tijd en geduld kost. Om andere wetenschappers aan te moedigen dit toch te doen, heeft hij een source code ontwikkeld waarmee het systeem achter SciPost makkelijk te kopiëren is voor andere disciplines. Dit moet andere wetenschappers tijd en moeite besparen en het daardoor makkelijker maken dit soort platforms op te richten.[32]

En zelfs als er een netwerk van alternatieve platforms is opgericht, waarbij de kwaliteit van publicaties gewaarborgd is en het waarderingssysteem veranderd is waardoor wetenschappers de overstap durven te maken, is het nog geen tijd om achterover te leunen. Een platform dat werkt via het diamanten model moet tenslotte blijvend geld van sponsoren ontvangen om staande te blijven. Het is daarom van belang sponsoren aan deze platforms gebonden te houden. Daarnaast bestaat het gevaar dat er op den duur, zodra een platform een goede naam heeft, toch de neiging ontstaat om winst te genereren met zo’n platform.[33] Een manier om dit gevaar van commercialisering tegen te gaan, is door het contractueel of in de statuten vast te laten leggen dat het platform niet bedoeld is om als winstgevende activiteit te fungeren en dat beslissingen genomen moeten worden met het oog op de belangen van de wetenschappelijke gemeenschap en niet met oog op de belangen van bijvoorbeeld de financiers.[34] Het creëren van een open wetenschapswereld is de eerste stap, de wetenschap ook daadwerkelijk open houden de tweede.

7 Conclusie

De hele samenleving is gebaat bij de realisatie van open access. De afgelopen jaren zijn hiertoe al enkele stappen gezet, maar het gewenste resultaat van een brede open wetenschapswereld is nog niet binnen handbereik. De introductie van het groene en gouden open access publicatiemodel hebben de toegankelijkheid tot wetenschappelijke artikelen iets vergroot, maar de hoge kosten die in beide modellen verbonden zitten aan de realisatie van directe vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties zit een brede toegankelijkheid in de weg. Om dit kostenprobleem aan te pakken, moet het ‘commercieel verhandelen van wetenschappelijke artikelen’ niet langer de norm zijn. Dit is mogelijk door commerciële uitgeverijen te vervangen door een netwerk van alternatieve publicatieplatforms die niet uit zijn op het maken van winst. Het is het meest effectief een diamanten model te hanteren, omdat open access publiceren de wetenschapper (en instituten) dan helemaal geen geld meer kost. En hoe meer wetenschappers open access kunnen publiceren, hoe opener de wetenschapswereld wordt. Om commerciële uitgeverijen daadwerkelijk te kunnen vervangen en daardoor af te rekenen met de hoge kosten die de realisatie van open access in de weg zitten, moeten meerdere alternatieve platforms opgericht worden voor de verschillende disciplines die elk goed georganiseerd zijn, zodat de kwaliteit van wetenschappelijke publicaties gewaarborgd blijft. Daarnaast dient het universitaire waarderingsmodel aangepast te worden om ervoor te zorgen dat wetenschappers de overstap naar deze platforms daadwerkelijk maken. Zolang wetenschappers beoordeeld worden aan de hand van de impactfactor van het tijdschrift waarin zij publiceren, maken de nieuwe alternatieve platforms weinig kans. Om afstand te doen van het thans dure commerciële publicatiemodel dat openheid van de wetenschapswereld in de weg zit, is het een vereiste dat iedereen zich hier hard voor maakt. We moeten niet langer naar elkaar wijzen, maar bij onszelf te rade gaan waar wij de verandering kunnen aanvatten om zo bij te dragen aan deze verandering. Ik ben me ervan bewust dat dit geen makkelijke opgave is. Maar, waar een wil is, is een weg!

Dit systeem van een netwerk van niet-commerciële alternatieve online publicatieplatforms die het diamanten model hanteren, zal uiteraard een hoop implicaties hebben. Zowel voor wetenschappers als voor uitgeverijen. Deze aanbeveling is dan ook slechts een voorbeeld van hoe een open wetenschapswereld gerealiseerd zou kunnen worden. De diepgaande implicaties laat ik hierbij onbesproken. Mijn doel is dan ook een idee naar voren te brengen, waardoor de discussie opnieuw aangewakkerd wordt en het belang van open access opnieuw onder de aandacht komt te staan. Er moeten in de toekomst stappen gezet gaan worden die, anders dan de stappen uit het verleden, daadwerkelijk een brede open wetenschapswereld tot resultaat hebben. Er is lang genoeg gediscussieerd over de manier waarop open access gerealiseerd kan worden en er zijn genoeg mislukte pogingen gedaan. Het is nu hoog tijd de eindsprint in te zetten op basis van de kennis en ervaring die afgelopen jaren is opgedaan. Daarom eindig ik dit artikel met een oproep aan alle wetenschappers, universiteiten en financiers: Denk in mogelijkheden, niet in beperkingen. Durf de stap te zetten, heb moed en geduld en ga hand in hand met elkaar voor diamant!

8 Eindnoten

[0] Voor een uitgebreidere uitleg van open access verwijs ik u naar openaccess.nl .

[1] L. van der Wees, ‘De juridische wetenschap moet online!’, Ars Aequi 2011, p. 64-65.

[2] M. Fell, ‘Significant Economic benefits? Enhancing the impact of open science for knowledge users’, LSE Impact Blog 25 juli 2019; zie ook V. Larivière, S. Haustein & P. Mongeon, ‘The Oligopoly of Academic Publishers in the Digital Era’, PLoS ONE 2015, p. 2.

[3] J.C Burgelman, ‘Viewpoint: COVID-19, open science, and a ‘red alert’ health indicator Science Business 31 maart 2020.

[4] Het NWO zorgt voor kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap en bevordert de impact ervan op de maatschappij. De hoofdtaak van het NWO is het financieren van wetenschappelijk onderzoek aan de Nederlandse publieke onderzoeksinstellingen, zoals universiteiten. Voor meer informatie verwijs ik u naar: ‘Wat doet het NWO?’

[6] Zie bijvoorbeeld S. Stadhouders, ‘Wetenschappelijke uitgevers nog steeds schatrijk dankzij publiek geld’, follow the money 12 juli 2014; zie ook M. Keulemans, ‘De kans dat je wordt gelezen is écht groter’, De Volkskrant 4 september 2018.

[7] Dit artikel schrijf ik, Saskia Hartogh, naar aanleiding van mijn masterscriptie van de master Civiel Recht aan de Universiteit Leiden die open access als onderwerp heeft. Dit artikel is te zien als een samenvatting van mijn scriptie, waarin ik de belangrijkste punten aanhaal en een uitgebreide aanbeveling doe.

[8] J. Winter: ‘Afhankelijkheid van uitgevers niet van deze tijd’, Ad Valvas 7 juni 2017; zie ook M. Björnmalm, ‘The future of academic publishers lies in navigating research, not distributing it’, London School of Economics Impact Blog 29 januari 2018.

[9] P. Suber, ‘Open Acces’, Cambridge: the MIT Press 2012, p. 9.

[10] De impactfactor is simpel gezegd het aantal keer dat een gemiddeld artikel in een tijdschrift jaarlijks geciteerd wordt in andere publicaties. Hoe hoger dit aantal, hoe hoger de impactfactor.

[11]Dr.    Kelder    en    CO’,    NPO    radio    1,    13    juli    2019.

[12] V. Larivière, S. Haustein & P. Mongeon, ‘The Oligopoly of Academic Publishers in the Digital Era’, PLoS ONE 2015, p. 12-13.

[13] Deze zogeheten embargoperiode wordt meestal door uitgeverijen bedongen om hun inkomsten te beschermen. 

[14] D.J.G. Visser, ‘De Open Access bepaling in het auteurscontractenrecht’, AMI 2015/3, p. 68; zie ook W. Soetenhorst, ‘Open access regeling artikel 25fa Aw’, NJB 2018/1582, p. 2248.

[15] In Nederland is in 2015 een artikel opgenomen in de Auteurswet die de groene route faciliteert, namelijk art. 25fa Aw. Ook deze wet gaat uit van een recht, geen plicht.

[16] M.P.Eve, ‘Open Access and the Humanities: Contexts, Controversies and the Future’, Cambridge: Cambridge University Press 2014, p. 68. Nederlandse universiteiten waren zich bewust van dit probleem en startten daarom het pilotproject ‘you share, we take care!’

[17] D.J.G. Visser, ‘Open access’, Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 2019, nr. 87, p. 307.

[18] Bepaalde uitgeverijen, zoals de Elsevier, vragen apc’s van rond de 5000 euro. Zie ook: Marcel aan de Brugh, 'De chaos van open access', NRC Handelsblad, 10 januari 2015 (voor abonnees).

[19] M.P.Eve, ‘Open Access and the Humanities: Contexts, Controversies and the Future’, Cambridge: Cambridge University Press 2014, p 71.

[20] Dit blijkt onder andere uit de eerder besproken oproep van het NWO.

[21] Debat & D. Babini, ‘Plan S in Latin America: A precautionary note’, PeerJ juli 2019, p. 3; zie ook E. Aguado-López & A. Becerril-Garcia, ‘AmeliCA before Plan S – The Latin American Initiative to develop a coöperative, non-commercial, academic led, system of scholarly communication’, LSE Impact Blog 8 augustus 2019.

[22]AmeliCa is een voorbeeld van zo’n niet-commercieel open access platform.

[23] Debat & D. Babini, ‘Plan S in Latin America: A precautionary note’, PeerJ juli 2019, p. 3; en ‘Plan S and Open Access in Latin America’, interview with Dominique Babini, International Science Council 5 februari 2019.

[24] P. Alperin, ‘The Public Impact of Latin America’s Approach to Open Access’, (diss. Stanford University) juni 2015, p. 12.

[25] S. Stadhouders, ‘Hoe wetenschappelijke uitgevers zich verrijken met onze belastingcenten’, follow the money 20 juni 2017 (voor abonnees).

[26] L. van der Wees, 'Publiek geld=publieke informatie=publieke toegang’, Wiardi Beckman Stichting, p. 31.

[27]Brief van het de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) met een integraal plan om de druk op het wetenschapssysteem te verminderen op 2 maart 2020.

[28] D.J.G. Visser, ‘Open access’ , Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 2019, nr. 87, p. 307; zie ook W. Bitter, ‘Waarom moeten wij in Nature publiceren?’, de Volkskrant, 1 december 2015 (voor abonnees).

[29] Interview  Leo van der Wees (LinkedIn), Recht.nl en OpenRecht.nl.

[30] Interview met J. Sondervan & B. Kramer, 2020.

[31] Zoals het door professor Jean-Sébastien Caux opgerichte platform SciPost.

[33] G. Bilder, J. Lin & C. Neylon, ‘Principles for Open Scholarly Infrastructures’, 23 februari 2015, p. 2.

[34] Interview met J. Sondervan & B. Kramer 2020.

9 Opmerkingen redactie OpenRecht

Goed geschreven overzicht waarin de verschillende open access modellen aan de orde komen. In tegenstelling tot wat velen denken is er niet één open access hoewel de naam dat wel lijkt te suggeren. Er zijn er verschillende. Deze samenvatting van de thesis van Saskia Hartogh geeft alle onwetenden een goede inkijk.  Een schematisch overzicht zou het nog overzichtelijker gemaakt hebben. Een fijne suggestie van Saskia Hartogh is de noodzaak van een open access peer review systeem. Wat de redactie betreft had er ook wel meer aandacht geschonken kunnen worden aan de publieke functie/financiering van wetenschappers, overheidsjuristen, rechters in relatie tot open access. Het fenomeen open access betreft meer dan alleen de wetenschap.

Titel, auteur en bron

Titel

Maakt het huidige open access beleid de wetenschapswereld open?

Auteur(s)

Saskia Hartogh

Bron

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT607:1