Noot bij ECLI:NL:GHDHA:2017:2649 - fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s) en fraude met ‘zorg in natura’

Auteur(s): Bron:
  • Gezondheidsrecht Jurisprudentie, GJ 2018/13, Sdu

Samenvatting

Art. 140 en 225 Sr. Deelneming aan een criminele organisatie, meermalen gepleegd, en medeplegen van valsheid in geschrift. Omvangrijke fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s) en fraude met ‘zorg in natura’. Verkrijgen van valse indicatiestellingen waarvoor niet geleverde zorguren zijn gedeclareerd. Het oogmerk van de organisatie was gericht op het verkrijgen van persoonlijk financieel gewin door middel van het plegen van verschillende misdrijven, te weten de oplichting van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) en de betrokken zorgkantoren, valsheid in geschrift in relatie tot het CIZ en die zorgkantoren en het witwassen van de PGB-gelden die uit de oplichting en/of valsheid in geschrift waren verkregen. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden, met aftrek van voorarrest. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Tekst noot

Is met de zorg in Nederland een “pervers systeem” geïntroduceerd, zoals schrijver en antropoloog Joris Luyendijk onlangs in Skipr concludeerde, vergelijkbaar met het systeem dat de bankencrisis heeft veroorzaakt? Of is het een goed bedoeld systeem waarvan malafide deelnemers, zoals bovenstaande casus laat zien, gemakkelijk misbruik kunnen maken, zelfs zo dat er van een serie zware criminele feiten sprake is? In de hier gepubliceerde strafzaak ging het met name om zogenaamde zorgfraude, meer specifiek om fraude met persoonsgebonden budgetten (PGB-fraude) en fraude met “zorg in natura”. Deze vormen van zorgfraude vinden vooral na invoering van de marktwerking in de zorg plaats. Daarmee is de idee waarop deze zorgvoorzieningen zijn gebaseerd, nog niet slecht. Integendeel, als er van “maatwerk” sprake is, dan is dat wel hier het geval. Maar als het toezicht op de besteding van de zorggelden niet goed geregeld is in het commerciële systeem van zorgtoedelingen, naast de gelijktijdige bezuinigingen en de decentralisering (zoals de jeugdzorg), lokt dat fraude uit. Zorginstellingen opereren op de zorgmarkt immers steeds meer als gewone ondernemingen (zie voor een overzicht J.G. Sijmons, ‘Recht voor de zorgmarkten’, in het zeer aanbevelingswaardige zorgnummer van Onderneming en financiering 2017/1). Commerciële behartiging van publieke belangen wringt aan alle kanten als het toezicht – en dus het systeem van liberale marktwerking – verkeerd is ingericht. De kritiek op de bureaucratisering van het toezicht en de “regelgekte” die kennelijk daarbij hoort – administratieve verantwoording op afstand via het invullen van allerlei (onnodige) formulieren dat teveel mensuren in beslag neemt – is vragen om moeilijkheden. Zoals een hoogleraar in de media opmerkte: “De wat dommere mensen kopen Maserati’s en horloges van het geld. Als je dat niet doet, is de pakkans klein”. De paradox is geboren: hoe liberaler de zorgmarkt, hoe bureaucratischer en ondoorzichtiger de controle. En waarom? Omdat de menselijke maat en het vertrouwen in het oordeel van de professional vrijwel uit het toezicht is verdwenen (met name in de wijkverpleging, de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg).

En dus neemt de fraude in omvang toe, omdat de verleiding te groot is waaraan zelfs zorgverleners geen weerstand kunnen bieden (zie bijv. het vonnis van de Rechtbank Rotterdam d.d. 25 juli 2016,  ECLI:NL:RBROT:2016:5917, GJ 2016/135, Mega Marque). Een fatsoenlijke onderneming blijkt ineens een criminele organisatie te zijn die zich met oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen bezighoudt. De “fatsoenlijke” onderneming moet zich nu bij de strafrechter verantwoorden voor gewone maar ernstige delicten, zoals in deze zaak weer aan de orde is (het vervalsen van de zorgroosters en dus van de facturen, het ontwikkelen van daartoe strekkende software, het invoeren van een (niet gewerkt) aantal uren in dat systeem, de onjuiste inroostering van zorgverleners, fictieve indicatiestellingen etc.). Uit de hier afgedrukte conclusies uit twee onderzoeken (Norwood en Budget) en uit de strafmotivering wordt duidelijk hoe de strafrechter daarover oordeelt.

Het Haagse Hof (dus in hoger beroep) kwam tot een lagere gevangenisstraf dan de Rechtbank (42 maanden), vanwege de overschrijding van de redelijke termijn met betrekking tot het strafrechtelijk onderzoek en het niet bewezen achten dat via een tweede bedrijf de gepleegde fraude “administratief werd toegedekt”. Niettemin werd de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur (34 maanden) veroordeeld (hoewel dit ingrijpende gevolgen zal hebben voor haar vier minderjarige kinderen, terwijl haar partner eveneens tot een langdurige gevangenisstraf werd veroordeeld). Het nadeel dat zij aan de zorgkantoren heeft toegebracht bedroeg ruim 2 miljoen euro. Het Hof acht bewezen dat verdachte zich uitsluitend door persoonlijk gewin heeft laten leiden. De twee criminele organisaties hebben veelvuldig in de periode 2010-2012 documenten vervalst, zorgkantoren en het CIZ opgelicht en aanzienlijke bedragen witgewassen. Op deze wijze heeft verdachte misbruik gemaakt van een zeer kwetsbare en hulpbehoevende groep in de samenleving, aldus het Hof. Ook bij de Rechtbank Limburg was onlangs een strafzaak van dergelijke omvang aan de orde. Ook hier ging het om een criminele organisatie die stelselmatig PGB-fraude pleegde (ECLI:NL:RBLIM:2017:10933).

Wie de feiten in deze strafzaken tot zich laat doordringen, kan maar tot één conclusie komen: fraude in de zorg is geen incident meer, maar een wijdvertakte en structurele “business”, ook in strafrechtelijk opzicht. Zorg is extra kwetsbaar geworden voor “volwassen” fraude. Schuld van het systeem of van de uitvoering ervan?

Titel, auteur en bron

Titel

Noot bij ECLI:NL:GHDHA:2017:2649 - fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s) en fraude met ‘zorg in natura’

Auteur(s)

Tom Schalken

Bron

Gezondheidsrecht Jurisprudentie, GJ 2018/13, Sdu

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT110:1