Noot bij ECLI:EU:C:2013:551 - law shopping

Auteur(s): Bron:
  • Tijdschrift Recht en Arbeid, TRA 2014/59, Wolters Kluwer

Samenvatting

EVO/Rome I beoogt law shopping te voorkomen, maar niet om cherry picking te bevorderen.

Tekst noot

Centraal in de uitspraak staat de verhouding tussen de beschermingsgedachte die aan het werklandbeginsel van art. 6 lid 2 onderdeel a EVO ten grondslag ligt en de zogenoemde exceptieclausule die in de laatste volzin van art. 6 lid 2 EVO is geformuleerd. A-G Wahl stelt dat de regels van het EVO, nu de Rome I-verordening, weliswaar in de eerste plaats het doel hebben te voorkomen dat ten nadele van werknemers situaties ontstaan die gelijk kunnen worden gesteld aan law shopping, maar dat ze er niet toe moeten leiden dat werknemers onbeperkt de toepasselijke materiele bepalingen kunnen kiezen waardoor aanzienlijke onzekerheid ontstaat bij de vaststelling van het toepasselijke recht. Dit laatste bestempel ik als cherry picking, waarmee ik bedoel het naargelang de situatie uit een geheel van bepalingen steeds die pikken, die voor de betrokken partij materieel het gunstigst is. Ondanks het feit dat ik het wel een beetje kras vind om te stellen dat een keuze van de werknemer aan de orde is in een zaak als deze, zij wordt immers geconfronteerd met een haar onwelgevallige en voor haar dagelijkse arbeid zeer ingrijpende keuze van haar werkgeefster, ben ik het met het principe van die stelling eens. Het feit dat de toepassing van het recht waarmee de arbeidsovereenkomst het nauwst is verbonden met zich mee kan brengen dat op onderdelen een voor de werknemer wellicht een minder gunstige uitkomst volgt, is immers niet per definitie tegengesteld aan de beschermingsgedachte die ten grondslag ligt aan art. 6 EVO. Niet alleen een algemeen materieel gunstigheidsprincipe per onderdeel van het arbeidsrecht biedt bescherming, ook de voorspelbaarheid en transparantie van het samenhangende toepasselijke recht mag worden beschouwd als ‘beschermend’ voor de werknemer. De uitkomst van de laatste volzin van art. 6 EVO/Rome I-verordening met betrekking tot de arbeidsovereenkomst, lijkt op grond van deze benadering alles of niets wat betreft het toepasselijke arbeidsovereenkomstenrecht. In elk geval bij een casus als deze, waarin op grond van het geheel der omstandigheden wordt geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst een nauwere band heeft met het Duitse recht. Hoewel de uitspraak daarvan strikt genomen niet rept, lijkt dan vervolgens de conclusie te moeten zijn dat in geval van het bestaan van een zodanig nauwe band, het de rechter niet is toegestaan om ten aanzien van een arbeidsovereenkomst met grensoverschrijdende aspecten, ten aanzien van bijvoorbeeld de vakantieregels het recht van het ene land toe te passen en voor wat betreft het ontslagrecht van het BW het andere. Op grond daarvan is het eigenlijk ook helemaal niet logisch om bij de vaststelling welk recht van toepassing is, een pakketvergelijking toe te passen. Zeker bij landen als Nederland en Duitsland, waar het arbeidsrecht heel verschillend is maar de sociaaleconomische verhoudingen vergelijkbaar zijn, zou elke vergelijking ten aanzien van het ene onderwerp nu weer eens gunstiger, en ten aanzien het andere onderwerp ongunstiger uitpakken. Bovendien verandert de inhoud van het pakket ook sterk in de tijd in elk land. Me dunkt dat de kantonrechter te Tiel vandaag de dag ook niet meer op ruim vijf-en-halve ton uit zou komen in een zaak als deze. Met dit oordeel benadrukt het Hof EU dat het oogmerk van EVO/Rome I is om op objectief bepaalbare gronden een passende keuze te maken, die de rechtszekerheid bevordert en tevens het risico op benadeling van de werknemer wegneemt. Het is niet de bedoeling geweest van de Europese wetgever om de werknemer de mogelijkheid te geven een beroep te doen op een gunstiger recht, als dat voor die werknemer op een bepaald moment meer profijtelijk is.

Titel, auteur en bron

Titel

Noot bij ECLI:EU:C:2013:551 - law shopping

Auteur(s)

Klara Boonstra

Bron

Tijdschrift Recht en Arbeid, TRA 2014/59, Wolters Kluwer

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT78:1