Terugvorderen proceskosten na vernietiging uitspraak

Auteur(s): Bron:

Samenvatting

In een arrest van de Hoge Raad stond de vraag centraal of een partij die in eerste instantie proceskosten heeft betaald aan de wederpartij, deze proceskosten na een vernietiging van de eerdere uitspraak terug kan vorderen, ook indien de eerste procedure (na verwijzing) nog altijd doorloopt.

Inleiding

In het arrest van de Hoge Raad van 18 mei 2018 (ECLI:NL:HR:2018:728) stond de vraag centraal of een partij die in eerste instantie proceskosten heeft betaald aan de wederpartij, deze proceskosten na een vernietiging van de eerdere uitspraak terug kan vorderen, ook indien de eerste procedure (na verwijzing) nog altijd doorloopt. De casus is als volgt. Op grond van een ouderlijke boedelverdeling had dochter een vordering op moeder uit hoofde van overbedeling. Dochter had in dat kader in rechte gevorderd om moeder te veroordelen tot het stellen van zekerheid voor het bedrag dat dochter uit hoofde van overbedeling toekwam. In (de eerste) cassatie was dochter opgekomen tegen de uitleg die het hof Den Haag aan het testament had gegeven. In cassatie krijgt dochter gelijk; de Hoge Raad vernietigd de uitspraak en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam.

Dochter maakt vervolgens een nieuwe zaak aanhangig bij de kantonrechter in Den Haag waarin zij terugbetaling vordert van de proceskosten die zij eerder, op grond van de inmiddels vernietigde uitspraak van het hof Den Haag, aan moeder heeft voldaan. Aangezien de Hoge Raad de eerdere uitspraak heeft vernietigd, heeft de betaling van de proceskosten op grond van artikel 6:203 BW onverschuldigd plaatsgevonden. Vernietiging werkt immers ex tunc, waardoor door de vernietiging de rechtsgrond aan een vonnis of arrest komt te ontvallen. Om die reden zijn alle betalingen die zijn verricht op grond van het vernietigde vonnis of arrest onverschuldigd gedaan. Alle bedragen die op grond van het vonnis of arrest zijn betaald, kunnen derhalve vermeerderd met wettelijke rente worden teruggevorderd. Op grond van artikel 6:83 aanhef en onder b BW is degene aan wie onverschuldigd is betaald op grond van een vernietigd vonnis immers zonder ingebrekestelling in verzuim. De wettelijke rente is dan ook verschuldigd vanaf het tijdstip dat aan die ander is betaald (zie HR 19 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5863, Kalverhormonen).

Kantonrechter en hof Den Haag

Moeder start haar verweer op de vorderingen van dochter met een niet-ontvankelijkheidsverweer. Zij stelt dat de kantonrechter Den Haag niet ontvankelijk is gezien de verwijzing van de procedure naar het hof Amsterdam. In dit verweer wordt echter niet meegegaan.

Desondanks wijst de kantonrechter de vordering van dochter af, welk oordeel door het hof wordt bekrachtigd. Het hof is van mening dat het oordeel van de dochter dat de eerdere uitspraak van het hof Den Haag 'van de baan' is en onherroepelijk is vernietigd, niet juist is. Met een beroep op artikel 424 Rv overweegt het hof dat de rechter naar wie het geding is verwezen, in dit geval het hof Amsterdam, de behandeling van de zaak voortzet en beslist met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad. De procedure na cassatie en verwijzing is derhalve geen zelfstandige instantie met een eigen inzet en procesgang, maar vormt de voortzetting van de instantie die voorafging aan het cassatiegeding. Ook al vernietigt de Hoge Raad in het dictum van zijn arrest de bestreden uitspraak zonder enige beperking, dan is het nog altijd aan het verwijzingshof om te beoordelen welke onderdelen van de vernietigde uitspraak in cassatie niet of tevergeefs bestreden zijn en derhalve onaantastbaar zijn geworden.

Het hof Den Haag overweegt daarbij verder dat de proceskostenveroordeling een beslissing is die voortbouwt op, althans onverbrekelijk samenhangt met de vernietigde beslissing. Om die reden geldt dat de rechter na verwijzing niet aan deze proceskostenveroordeling is gebonden. Het hof stelt dat de vernietiging van de beslissing ten aanzien van de proceskosten pas definitief wordt indien het verwijzingshof tot die beslissing komt. Daarbij is het hof van mening dat indien op de kwestie waarop de vernietigde beslissing betrekking had na verwijzing weer in dezelfde zin kan worden beslist als vóór cassatie, er sprake is van een voorwaardelijke vernietiging van de proceskostenveroordeling. In het geval de rechter na verwijzing de kwestie weer in dezelfde zin beslist als de rechter vóór cassatie, herleeft naar het oordeel van het hof de voortbouwende beslissing.

Het hof Den Haag concludeert derhalve, gelet op het voorgaande, dat in het arrest van de Hoge Raad, waarbij de vernietiging en verwijzing is uitgesproken, geen definitieve beslissing besloten ligt ten aanzien van de proceskostenveroordeling.

Hoge Raad

Dochter komt tegen voorgaand oordeel van het hof Den Haag op in cassatie. Zij stelt dat het arrest van het hof Den Haag (in het eerste appel) onherroepelijk is vernietigd, waardoor de rechtsgrond onherroepelijk is komen te ontvallen aan de betaling van de proceskosten en deze kosten onverschuldigd zijn betaald.

De Hoge Raad gaat mee in de argumentatie van dochter. Hij overweegt dat de rechter naar wie het geding na verwijzing door de Hoge Raad wordt verwezen, de behandeling daarvan voort dient te zetten en dient te beslissen met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad (artikel 424 Rv). De vernietiging treft daarbij echter niet alleen de in die uitspraak voorkomende beslissingen die in cassatie met succes zijn bestreden, maar brengt ook mee dat alle beslissingen die daarop voortbouwen of daarmee onverbrekelijk samenhangen, hun kracht verliezen omdat daaraan de grondslag is ontvallen. Dit geldt ook ten aanzien van de beslissing over de proceskosten. Daarbij verwijst de Hoge Raad naar zijn eerdere uitspraak van 10 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2739, rov. 3.6.2).

Vervolgens stelt de Hoge Raad dat de vernietiging van de beslissing over de proceskosten, anders dan het hof heeft overwogen, geen 'voorwaardelijke' vernietiging behelst en dat van 'herleven' van die beslissing geen sprake kan zijn, ook niet indien het verwijzingshof met betrekking tot het punt waarop is vernietigd tot dezelfde beslissing komt als het hof voor cassatie. Een verwijzingshof is immers gehouden om de proceskosten van het hoger beroep opnieuw te begroten, zowel wat betreft de proceshandelingen die aan de vernietiging zijn voorafgegaan, als die welke na verwijzing zijn verricht.

Conclusie

Indien een uitspraak in een later stadium wordt vernietigd, ziet deze vernietiging op de gehele uitspraak, waaronder dus tevens de proceskostenveroordeling. Dit brengt met zich mee dat de proceskosten, indien deze inmiddels aan de wederpartij zijn voldaan, door de ex tunc werking van de vernietiging onverschuldigd zijn betaald. Het gevolg hiervan is dat de onverschuldigd betaalde proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente, onmiddellijk kunnen worden teruggevorderd van de partij die de proceskosten eerder ten onrechte heeft ontvangen. Het (eind)oordeel in de (nog lopende) procedure na verwijzing hoeft daarbij niet te worden afgewacht.

Titel, auteur en bron

Titel

Terugvorderen proceskosten na vernietiging uitspraak

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT130:1