Noot bij ECLI:EU:C:2020:458 - de Habitatrichtlijn en de grote boze wolf

Samenvatting

In het arrest van HvJ EU 11 juni 2020,  ECLI:EU:C:2020:458 is – kort gezegd – de vraag aan de orde of een dier alleen beschermd wordt op grond van de Habitatrichtlijn (Hrl) als het dier zich in beschermd gebied bevindt of niet.

Wat was er aan de hand?

In een Roemeens dorp (Șimon) komt een wolf langs. De wolf speelt en eet met de honden van een dorpsbewoner op zijn terrein. Het dorp is gelegen op ongeveer een kilometer van de grens van een beschermd natuurgebied (door de Europese Commissie op voorstel van Roemenië toegevoegd aan de lijst van gebieden van communautair belang; oftewel een Natura 2000-gebied) en een ander Natura 2000-gebied op ongeveer 8 kilometer afstand van het dorp. Voor beide gebieden geldt dat de aanwezigheid van de wolf op het standaardgegevensblad bij aanmelding van het gebied is genoemd. Onder leiding van een dierenarts wordt de wolf eerst verdoofd en daarna gevangen en in een auto (in een kooi voor hondenvervoer) vervoerd naar een berenreservaat. Tijdens het vervoer ontsnapt de wolf en zoekt zijn toevlucht in de plaatselijke bossen. Er wordt een strafklacht ingediend tegen onder andere de vereniging Directie toezicht op en bescherming van dieren (hierna: DMPA) en de betrokken dierenarts vanwege het vangen en in slechte omstandigheden vervoeren van de wolf, zonder dat hier – kort gezegd – een overheidstoestemming voor is verleend.

De wolf is beschermd op grond van de Hrl en er zijn beschermde gebieden aangewezen en afgebakend. Natuurlijke habitats kunnen worden afgebakend als beschermde gebieden. Centraal staat de vraag of de wolf die is aangetroffen in en gevangen en vervoerd vanuit het dorp, een wolf in zijn ‘natuurlijk verspreidingsgebied’ betreft, die wordt beschermd op grond van de Hrl.

Natuurlijk verspreidingsgebied

Het Hof overweegt dat de strikte bescherming van beschermde diersoorten door middel van de verbodsbepalingen van artikel 12, eerste lid, van de Hrl niet alleen van toepassing is op bepaalde plaatsen, maar ook geldt voor alle in de natuur of in het wild levende specimens van beschermde diersoorten die een rol vervullen in natuurlijke ecosystemen, waarbij deze bescherming niet noodzakelijkerwijs geldt voor specimens die op legale wijze in gevangenschap worden gehouden. Het gebruik van de woorden ‘in het wild levend’ en ‘in de natuur’, doet daar niet aan af. De termen ‘in het wild levend’ en ‘in de natuur’, zijn niet opgenomen bij het verbod – kort gezegd – op het verstoren en het verbod om voortplantings- of rustplaatsen te vernielen of te beschadigen. Deze beide verbodsbepalingen zien in ieder geval op alle specimens van beschermde diersoorten, ongeacht de plaats waar zij zich ophouden. Vervolgens stelt het Hof vast dat ‘het vangen en, a fortiori, het doden van een exemplaar van deze soorten op zijn minst als verstoring moet worden beschouwd’.

Bij dit alles weegt het Hof mee dat uitzonderingen alleen zijn toegestaan onder de strikte voorwaarden van artikel 16, eerste lid, van de Hrl en dat deze uitzonderingen beperkend moeten worden uitgelegd.

Omdat het Hof van oordeel is dat de beschermingsregeling van artikel 12 van de Hrl in staat moet zijn om schade aan beschermde diersoorten doeltreffend te voorkomen, wordt het niet verenigbaar met deze doelstelling geacht om stelselmatig geen bescherming te verlenen aan exemplaren van beschermde diersoorten, wanneer hun ‘natuurlijke verspreidingsgebied’ zich uitstrekt tot door de mens bewoonde gebieden. Soorten dienen immers niet alleen te worden beschermd op bepaalde, restrictief omschreven plaatsen, maar de bescherming moet ook gelden voor de exemplaren van die soorten die in de natuur of in het wild leven en dus een rol binnen de natuurlijke ecosystemen vervullen.

Dat betekent dat voor het vangen en vervoeren van de wolf een afwijking (toestemming) moet worden toegestaan door een nationaal bevoegde instantie op grond van artikel 12, eerste lid, onder a, van de Hrl. Onder omstandigheden kan een dergelijke toestemming (afwijking) worden verleend. Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen en de veehouderijen, of in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, kan toestemming worden verleend voor het vangen en vervoeren van in dit geval de wolf. Voor dit geval zal de afwijking met name gebaseerd kunnen worden op redenen van openbare veiligheid. Daarbij dient uiteraard, zo merkt het Hof op, ook te worden voldaan aan de andere vereisten van artikel 16 van de Hrl, te weten dat er geen andere bevredigende oplossing mag bestaan en er moet worden getoetst aan de staat van instandhouding van de soort.

Wolf in Nederland

En wat betekent dit nu voor de wolf in Nederland? Bekend is dat er inmiddels ook in Nederland wolven zijn gesignaleerd (maar mogelijk weer vertrokken zijn?). Naar mijn oordeel dient ook voor de in Nederland rondzwervende wolven steeds te worden getoetst aan de Hrl en Wnb, en dat betekent dat het eventueel bestrijden van wolven in Nederland niet mogelijk is zonder ontheffing op grond van de Wnb.

Titel, auteur en bron

Titel

Noot bij ECLI:EU:C:2020:458 - de Habitatrichtlijn en de grote boze wolf

Permanente link

Huidige versie

https://www.openrecht.nl?jcdi=JCDI:ALT565:1